Interviews

Judy Elfferich en de wonderdoosjes

01-02-2016

De Poëzieweek is begonnen. Waarom zou je gedichten lezen? Dichter Judy Elfferich vertelt over de magische kracht van poëzie: ´Klein, maar er kan ongelooflijk veel in!´



Foto: Irene Dekkers
Waarom is het belangrijk dat er gedichten zijn?
Een gedicht heeft iets magisch. Het is een soort wonderdoosje: klein, maar er kan ongelooflijk veel in! Zo’n doosje halen mensen graag tevoorschijn op belangrijke momenten, als ze ergens zelf geen woorden voor kunnen vinden. Vaak komt er precies uit wat je nodig hebt, net als bij de tas van Mary Poppins.

Het fijne van gedichten is ook: ze zitten zo in elkaar dat je ze makkelijk onthoudt. Dan heb je altijd een paar van die wonderdoosjes bij je. Stel je voor dat je, zoals Harry Potter bij de familie Duffeling, in een bezemkast woont. Waar niks te beleven is. Zonder telefoontje, zonder speelgoed, zonder boeken. Als je dan een paar goeie gedichten uit je hoofd kent, hoef je je toch niet te vervelen. Het ene gedicht kan je aan het lachen maken, het andere kan je troosten. Er zijn er ook die op een raadsel of een puzzel lijken.

En een echt goed gedicht slijt niet, dat wordt alleen maar mooier en beter als je het langer kent.

Vertel eens wat een gedicht goed maakt, voor jou.
Een goed gedicht komt binnen via je oren (zoals een liedje) en via je ogen (zoals een filmpje). Het blijft in je hoofd hangen en gaat daar ronddansen; het raakt je gevoel en je verstand, allebei.
De allerbeste gedichten lijken er altijd al te zijn geweest, daarvan kun je je bijna niet voorstellen dat ze door iemand zijn gemaakt.

Je zoekt in jouw gedichten steeds naar andere vormen. Gedichten met fantasiewoorden, sms-gedichten, stiftgedichten, gorgelrijmen, Google-poëzie. Houd je niet van de klassieke vormen, het kwatrijn of sonnet?
Ja, van gedichten in een strakke vorm hou ik ook. Lekker puzzelen is dat. Ik maak bijvoorbeeld graag schaap-Veronica-verzen (in de stijl van Annie M.G. Schmidt) en ollekebollekes (dat is een versvorm die Drs. P heeft bedacht).
En sommige van mijn gedichten bestaan helemaal uit kwatrijnen, bijvoorbeeld Het Vledeweekdier, Acht ogen, acht poten, Twee koningskinderen, De Schreupel & de Friep.

Je geeft workshops literaire vorming aan (kinderen en) jongeren. Wat doe je in zo’n workshop? Wat hoop je te bereiken?
In zo’n workshop doe ik elke keer wat anders. Verhalen, stiftgedichten, raadselversjes, cartoons, geheimtaal of een hoorspel. Het kan over van alles gaan: lievelingsdingen, robots, de oertijd, dieren, sterren & planeten...
Zo probeer ik het plezier over te brengen dat ik zelf beleef aan spelen met taal, aan maken en verzinnen.

Welk advies heb je voor kinderen die geen lessen literaire vorming krijgen, maar die wel graag meer doen met taal?
Op het internet staan allerlei lees- en schrijfspelletjes die je met een hele klas kunt doen, maar ook in je eentje of met een vriend(in).

Raadgedicht bijvoorbeeld, en de boekenheldenquizzen van BoekieBoekie.
Hier en daar in het land zijn er schrijfcursussen en -clubs voor kinderen en jongeren. Of doe eens mee met een schrijfwedstrijd! En ben je al lid van de bieb? Tot achttien jaar is dat gratis.

Meer gedichten van Judy Elfferich lees je op haar blog.