Nieuws

Boekenweetje: Het oudste Nederlandse valentijnsgedicht

11-02-2016

Je wist het misschien niet, maar Nederlands is een heel romantische taal. Een van de oudste zinnen in het Nederlands die we nog hebben, kwam uit een liefdesliedje. Hoe oud is onze taal eigenlijk? En hoe gaat dat liefdesliedje?


Nederlands als spreektaal
Tot ongeveer 1100 was het Nederlands vooral een spreektaal. Heel weinig mensen konden lezen of schrijven. Dit was alleen weggelegd voor een hele kleine groep mensen, zoals de kloostermonniken. Zij schreven vooral Latijnse kerkelijke teksten over in kloosterboeken. Het eerste stukje Nederlandse tekst werd dan ook gevonden in zo’n kloosterboek.

Zomaar een zin

Een Vlaamse monnik schreef het op als een ‘penneproef’. Hij leefde in een klooster en schreef dagenlang Latijnse teksten over met een ganzenveer die hij steeds in de inkt doopte. De veer scherpte hij af en toe aan, waarna hij de punt moest testen. Om te proberen of de veer het weer goed deed, schreef de monnik een zinnetje op de laatste bladzijde van het boek. Een krabbeltje, zomaar een zin die als eerste in je opkomt.

Wat schreef hij dan?
Welke zin kwam er zo plotseling op in de gedachten van de monnik?

‘Hebban olla vogala nestas hagunnan hinase hic anda thu, wat unbidan we nu?’

Ja, het Nederlands is behoorlijk veranderd sindsdien. Wat betekent deze zin?

‘Hebben alle vogels nesten begonnen, behalve jij en ik. Wat wachten wij nu?’

Het is een liefdesliedje. Zullen wij samen een nestje bouwen? Een mooie zin om op Valentijnsdag te sturen naar je liefje.

Meer weten? Kijk deze aflevering van Klokhuis.