Interviews

Monique Hagen

01-02-2016

Van 28 januari t/m 3 februari is het de Poëzieweek. Remke Keizer interviewde voor Leesplein Monique Hagen, dichter en schrijver van inmiddels twaalf boeken. Het bekendst is de dichtbundel Jij bent de liefste (Querido) waarvan er 250.000 zijn verkocht!


Foto: Pieter Pennings

Wat heb je met dichtkunst?
Wat ik zo mooi vind aan gedichten is dat het een soort taal extracten zijn. In een gedicht kun je iets gewoons op een bijzondere manier zeggen. Vaak is er lang over nagedacht en dat lees je. Er zit meer in dan je in eerste instantie denkt. Een woord met een dubbele betekenis of een grapje. Over gedichten kan je vaak doordenken of fantaseren. Ik vind het leuk om een beetje op een tekst te ‘kauwen’. Gedichten zijn voor mij bonbonnetjes. Ze liggen op een schaal, je kiest een mooie uit en daar ga dan rustig van genieten.

Stop je in de gedichten voor kinderen ook een boodschap?
Ik probeer op een speciale manier iets te zeggen. In ons gedicht TIJGER staat bijvoorbeeld ‘de wind huilt aan het raam’. Je zou ook kunnen schrijven ‘het waait’. Maar ´de wind huilt´ vind ik spannender. Met onze gedichten proberen we plaatjes in het hoofd van de lezer te toveren. Ik bezoek veel scholen. Dan praat ik met kinderen over gedichten. Ze zeggen vaak dat gedichten verhaaltjes op rijm zijn. Dat is ook vaak zo. Maar niet altijd.

Zijn gedichten voor kinderen anders dan gedichten voor volwassenen?
Ik denk dat er niet heel veel verschillen zijn behalve dan dat je minder woorden ter beschikking hebt omdat hun woordenschat nog kleiner is. En je beeldspraak is wat begrensder. Kinderen hebben natuurlijk een andere leefwereld en andere ervaringen dan volwassenen en daar pas je je gedicht op aan. Maar als we gedichten voor kinderen schrijven dan proberen we er ook iets aantrekkelijks voor volwassenen in te stoppen. Dat maakt het voorlezen leuker.
In onze dichtbundel Nooit denk ik aan niets staat het gedicht:

Veren
van alle veren die ik vind
maak ik mijzelf een vogel
hocus pocus icarus
ik leer zwemmen in de lucht
en duiken in de wind


De meeste kinderen weten waarschijnlijk niet wie Icarus was. Maar misschien vertelt een volwassene die het voorleest het verhaal erbij. Dat zou mooi zijn.

Wanneer spreek je van een versje, een rijmpje of een gedicht?
Moeilijke vraag. Ik ben geen taalkundige, maar bij een versje denk ik aan klank, aan zang en spelletjes op een schoolplein. Aftelversjes bij touwtje springen of bij verstoppertje spelen bijvoorbeeld. Een rijmpje hoeft alleen maar te rijmen, denk ik. Zoals bij een Sinterklaasrijmpje. Bij een gedicht is er iets meer dan wat er letterlijk staat. Je moet er vaak even over nadenken als je het leest. Italo Calvino, een Italiaanse schrijver zei: “Poëzie is de kunst om de zee in een glas te vangen”. Onmogelijk ! Maar wij proberen het toch als we schrijven. En soms lukt het een beetje.

Je hebt veel gedichtenbundels met je man Hans gemaakt. Hoe gaat dat in z’n werk?
Ieder van ons begint weleens met een gedicht. We hebben een map ‘Losse eindjes zonder begin’ waarin we ideeën, invallen, beelden en losse zinnen in bewaren. We verzamelen net zo lang tot we weer zin hebben om serieus aan een nieuwe bundel te gaan werken.
Dan pakken we die map erbij en gaan we naast elkaar zitten. Aan één bureau met twee computers en dan beginnen we ieder aan een eigen gedicht te sleutelen. Vaak vinden we allebei een ander gedicht mooi of belangrijk. Dan ontstaat er een strijd over welk gedicht we verder uitwerken. We mailen onze tekst aan elkaar, terwijl we gewoon naast elkaar zitten! Er komt altijd een moment dat één van ons zo geraakt is door de tekst van de ander, dat we daarmee door gaan. Soms verdwijnt dat gedicht toch weer in een map en pakken we het er 3 weken later weer bij om alles weer om te gooien. Of we gebruiken de zinnen in een ander gedicht. Zo werken we door tot er een bundel af is. Dat kan jaren duren…

Nooit denk ik aan niets (Querido) is de laatste dichtbundel van Monique en Hans Hagen. Op de website van Hans en Monique kun je meer lezen over Monique.

Op Leesplein vind je verschillende toepasselijke themalijsten: Gedichten (4-12 jaar), Poëzie (12+ en 15+) en Rijmpjes, versjes, liedjes (0-6 jaar).