|
ZILVEREN GRIFFELS
2009
Sneeuw!, tekst
en illustraties Komako Sakai (De Eenhoorn)
Agent en boef, tekst Tjibbe Veldkamp, illustraties Kees de Boer (Lannoo)
Ballade van de dood, tekst Koos Meinderts en Harrie Jekkers, illustraties
Piet Grobler (Lemniscaat)
Meneer papier en zijn meisje, tekst Elvis Peeters, illustraties Gerda
Dendooven (De Eenhoorn)
Duivendrop, tekst Dirk Weber (Querido)
Een heel kleine geschiedenis van bijna alles, tekst Bill Bryson (Atlas)
Een halve hond heel denken, tekst en illustraties Joke van Leeuwen (Querido)
Spin op sokken, tekst Ted van Lieshout, illustraties Sieb Posthuma
(Leopold)
Opa laat zijn tenen zien, tekst Edward van de Vendel, illustraties Floor de
Goede (Querido)
Sneeuw!, tekst en illustraties Komako Sakai (De Eenhoorn)
Bij sneeuw denk je aan niet alleen aan kou, maar ook aan warme chocolademelk
en aan ongeduldige kinderen die niet kunnen wachten om door de zachte sneeuw te
rollen.
Ingrediënten die doorgaans een vrolijk winterverhaal opleveren. Sneeuw!
van de Japanse auteur en illustrator Komako Sakai bevat deze ingrediënten ook,
maar laat behalve de opwinding juist ook de beklemming van een sneeuwwereld
zien. Sneeuw maakt de wereld om je heen anders dan anders en dat heeft Sakai
heel treffend weten te vangen in haar prentenboek.
Een jong konijntje wordt op een ochtend wakker en ziet dat het aan het sneeuwen
is. De hele dag blijft het sneeuwen en al die tijd is het konijntje aan het
wachten. Dan duurt zo’n dag erg lang, zeker nu papa door het slechte weer niet
naar huis kan komen.
Met een goed doordachte woordkeus en een evenwichtige opbouw dringen de beelden
van zowel de verstilde wereld als van het ongeduldige konijntje meteen tot je
door. De warmte tussen moeder en kind zit in een enkel woord en is door de hele
tekst verweven. ‘Het is alsof we alleen op de wereld zijn, mama.’ Sakai bouwt in
Sneeuw! de spanning op in het tempo van traag vallende sneeuwvlokken,
waardoor de ontlading des te groter is. De eenvoudige tekst wordt ondersteund en
versterkt door de sobere, sfeervolle schilderingen die ook van Sakai zijn.
Kleurgebruik, techniek en compositie maken van Sneeuw! geen mierzoet,
maar juist een teder, indringend verhaal.
Voor haar debuut in het Nederlands taalgebied, Mama, jij bent de liefste,
ontving Komako Sakai in 2006 een Boekenwelp en een Zilveren Griffel. De
Griffeljury had toen een vooruitziende blik: ‘Komako Sakai heeft in Japan elf
prentenboeken uitgebracht en alleen Mama, jij bent de liefste is in het
Nederlands vertaald. De jury is erg benieuwd naar haar andere werk. Als het net
zulke herkenbare én tegendraadse prentenboeken zijn als Mama, jij bent de
liefste, zal het wellicht niet bij deze Zilveren Griffel blijven.’
Voor de Nederlandse vertaling van haar prentenboek Sneeuw! krijgt Komako
Sakai nu opnieuw een Zilveren Griffel.
Agent en boef, tekst
Tjibbe Veldkamp, illustraties Kees de Boer (Lannoo)
Agent en Boef hebben een prima afspraak met elkaar: ‘Boef zit in de
gevangenis. Agent zorgt dat Boef niet ontsnapt.’ Ze maken er samen het beste
van. De cel van Boef ziet er uit als een huiskamer, terwijl Agent, met een
schortje voor, aan de andere kant van de tralies aan het strijken is. In de hoek
ligt Politiehond in zijn mand en aan de muur hangt een portret van de jonge
Boef. Wanneer Boef Agent uitnodigt om in de cel te komen kijken naar zijn
plakwerkje, weet Boef te ontsnappen.
Agent en Boef is opnieuw een coproductie van auteur Tjibbe Veldkamp en
illustrator Kees de Boer. Hun eerste samenwerking resulteerde in Tim op de
tegels (2004), waarvoor de auteur niet alleen een Pluim van de maand, maar
ook de Kinderboekwinkelprijs heeft ontvangen. Daarna volgden nog een aantal
andere prentenboeken van het duo. En nu is er Agent en Boef, alweer een
heel origineel prentenboek waarin de spitsvondige tekst van het slapstickachtige
verhaal geen woord te veel vertelt en de illustraties laat spreken.
Op die dynamische illustraties in verschillende formaten, die zo in een
tekenfilm kunnen, is heel veel te zien. Agent die door het park holt met de
deurmat van de cel, waar ‘welkom’ op staat, nog onder zijn voet; op het bankje
in het park zit een verliefd stelletje zoenend aan elkaar geplakt; een jongetje
probeert te voetballen maar zijn bal plakt aan zijn schoen…
Tjibbe Veldkamp weet de lezer met zeer weinig woorden mee te slepen in een
kolderieke achtervolging waarbij je continu op het verkeerde been wordt gezet.
Het verrassende einde van het verhaal tovert vervolgens een nog bredere glimlach
op je gezicht.
Agent en Boef is geen zwaar verhaal of een mooi verpakte moralistische
les. Het is een goed vertelde grap. Het prentenboek heeft dit jaar al een
Leespluim gekregen en is één van de tien prentenboeken die centraal staan
tijdens De Nationale Voorleesdagen van januari 2010. De Griffeljury wil daar
graag een Zilveren Griffel aan toevoegen.
Ballade van de dood, tekst
Koos Meinderts en Harrie Jekkers, illustraties Piet Grobler (Lemniscaat)
De kleur en de vrolijkheid van het hof wordt overschaduwd door de sombere
gedachten van de koning. Hij verdraagt het niet dat iets aan zijn macht en zijn
kennis ontsnapt – daar is hij een koning voor – en alle geleerden, de knappe en
de opportunisten, worden opgetrommeld om het geheim te doorgronden en een
oplossing te bedenken. Het probleem: de koning is bang om dood te gaan.
De onderliggende gedachte is niet origineel en de auteurs eisen ook geen
originaliteit op. Ze noemen hun verhaal ‘een ballade’. Zoals steeds gaat het ook
hier in de eerste plaats om hoe een verhaal verteld wordt, veeleer dan om wat er
verteld wordt. Er is de fijne tekening van de karakters, de wijsheid van het
verhaal, de knipoogjes naar de menselijke zwakheden, maar bovenal de zwier van
de taal, het dansende rijm, het uitbundige ritme van woord en beeld.
Het uiteindelijke inzicht is dat een leven zonder de dood geen leven ís, en dat
iedereen uiteindelijk gaat verlangen naar ‘de rust van het graf’. Maar die
wijsheid wordt gekruid met de ironie dat niemand de eerste wil zijn om het
loodje te leggen.
De dood is voor auteurs altijd al een fascinerend thema geweest, maar het mag
wonderlijk heten hoe ook de auteurs van kinderboeken de laatste jaren het
onderwerp ter sprake brengen. In deze Ballade van de Dood geen stervende
grootouders, familieleden of huisdieren, maar de afstand van de ballade en
antropomorfe dieren. En net als bij het vorig jaar bekroonde boek van Wolf
Erlbruch ook hier een vriendelijke, onschuldige, zelfs zorgzame voorstelling van
de dood.
Een Zilveren Griffel voor een uitbundig boek over de lichtheid van de dood.
Meneer papier en zijn
meisje, tekst Elvis Peeters, illustraties Gerda Dendooven (De Eenhoorn)
Liefde is... loslaten. Er zijn genoeg scheurkalenders te vinden waarop deze
spreuk uitgebeeld wordt. In Nederland en België is er sinds 2008 ook een
prentenboek waarin deze wijsheid heel subtiel is verwerkt. Elvis Peeters
gebruikte dit thema voor zijn derde boek over Meneer Papier: Meneer Papier en
zijn meisje.
Peeters debuteerde in 2001 als kinderboekenschrijver met Meneer Papier gaat
uit wandelen, dat hij voor zijn zoontje schreef. In 2003 volgde Meneer
Papier is verscheurd. Is het eerste boek nog speels van thematiek, het
tweede wordt al iets zwaarder. Daarin voelt het papieren mannetje zich –
letterlijk – verscheurd als hij niet kan kiezen tussen de verschillende dingen
die hij kan gaan doen. In Meneer Papier en zijn meisje wordt die
thematiek nog verder ontwikkeld.
Meneer Papier zit op een zonnige dag op een bankje in het park als er een foto
voorbij waait. Als de foto weg is, herinnert meneer Papier zich het meisje dat
op de foto stond. Uit een groot geel transparant blad papier knipt hij voor
zichzelf zijn droommeisje. Ze komt tot leven en begint om zich heen te kijken.
Wanneer het meisje weg wil, merkt Meneer Papier dat hij het meisje heel graag
bij zich wil houden. Hij knipt achtereenvolgens haar voeten en armen af. Het
meisje kan geen kant meer op en ze kan niets meer betekenen voor meneer Papier.
Het volwassen en abstracte thema, liefde is loslaten, is door Elvis Peeters,
samen met illustrator Gerda Dendooven, heel concreet voorgesteld. De keuze voor
de uitbeelding van de personages in een papier collage, de eenvoudige - zelfs
staccato- zinsbouw, de herhalingen, de keuze van een lettertype dat aandoet als
het handschrift van een kind, de luchtige vormgeving, de doordachte kleurkeuze,
allemaal draagt het ertoe bij om te voorkomen dat het ernstige thema
sentimenteel of zwaarwichtig wordt. Aan de oppervlakte is er iemand vrolijk op
los aan het knippen, plakken en creëren. Daaronder ligt de vertelling over het
zelf creëren en niet kunnen loslaten van je liefde.
De kinderen lezen vast niet hetzelfde verhaal als de volwassenen. En zo is het
goed.
Duivendrop, tekst
Dirk Weber (Querido)
Bijzondere vriendschappen zijn vaker onderwerp van een verhaal. Een goed
verhaal werpt echter een nieuw licht op zo’n vriendschap en dat is precies wat
Duivendrop van Dirk Weber doet. In eerste instantie is die vriendschap
nog niet aanwezig en wordt eerst ik-figuur Alexander in alle rust neergezet.
Deze 11-jarige jongen die met zijn ouders door een erfenis in een statig huis in
een chique buurt is komen te wonen, houdt net als zijn vaak afwezige vader van
duiven. Alex’ strenge, dogmatische moeder doet er alles aan om hem een goede
toekomst te bezorgen; dat betekent dansles in de huiskamer en etiquetteles van
de buurvrouw voor wie Alex in ruil veel klusjes moet doen.
Als Alex’ eerste eigen duif, Blanche, niet terugkeert van een vlucht, gaat hij
haar zoeken. Achter de muur van een allang gesloten kazerne hoort hij duiven
koeren. Hij weet bijna zeker dat Blanche daar óók is en probeert haar te lokken
met voer. Zo ontmoet hij de geheimzinnige Jules, een jongen die in de kazerne
blijkt te wonen en ook graag een duif als huisdier wil. Eerst is Alexander bang
dat Jules duif Blanche gevangen zal houden, maar langzaam maar zeker leren de
jongens elkaar kennen en ontstaat er een vriendschap.
De jongens snappen lang niet alles van elkaars leven, maar ze accepteren elkaar.
Eerst tasten ze elkaar voorzichtig af door vragen te stellen en door te
vertellen, later stappen ze elkaars wereld binnen.
Dirk Weber laat met helder en sober taalgebruik prachtig zien hoe twee jongens
die een heel verschillende achtergrond hebben gefascineerd raken door elkaars
leven. Hun situatie mag dan verschillen, het resultaat is voor beiden hetzelfde:
ze zitten opgesloten door de regels van hun opvoeders en kennen weinig vrijheid.
Het verbindende element tussen hen, de duiven en later de duivendrop, staat
juist symbool voor vrijheid.
Weber zet met die jongens twee sterke karakters neer die beetje bij beetje van
elkaar leren en zo groeien. En de lezer leert met hen mee. Nergens wordt
expliciete uitleg of een oordeel gegeven. Weber laat genoeg ruimte over om, net
als de twee jongens, zélf vragen te stellen.
Dirk Weber ontving in 2006 een Vlag en Wimpel van de Griffeljury voor Kies
mij!. Dit jaar bekroont de Griffeljury zijn boek Duivendrop met een
Zilveren Griffel met een gouden randje.
Een heel kleine
geschiedenis van bijna alles, tekst Bill Bryson (Atlas)
Na het succes van Brysons Een kleine geschiedenis van bijna alles
voor volwassenen, kon een boek over het ontstaan van de wereld, het heelal, de
evolutieleer en de essentie van de exacte wetenschappen voor de jeugd, niet
uitblijven.
Kinderen zijn gek op informatie en de diverse reeksen die op dit moment
verkrijgbaar zijn, spelen goed in op die behoefte. Van de Romeinen tot
dinosaurussen. Van vliegtuigtechniek tot sterrenkunde. Er is van alles te
krijgen voor de kleine onderzoeker. De meest essentiële vragen - die over het
ontstaan van het heelal en de aarde - worden wel vaker behandeld in informatieve
boeken. Maar zo uitvoerig, humoristisch en begrijpelijk zoals Bryson dat doet in
Een heel kleine geschiedenis van bijna alles, kom je niet vaak tegen.
Op chronologische wijze vertelt Bryson de geschiedenis van het ontstaan van de
wereld en de belangrijkste gebeurtenissen van het leven op aarde. Hij wisselt
natuurfenomenen af met belangrijke mensen en hun ontdekkingen. Stapje voor
stapje word je begrip in het hoe en waarom van onze wereld bijgebracht. Wil je
weten waarom we nu leven zoals we nu leven, waarom het er om ons heen zo uitziet
als het nu doet? Bryson vertelt beetje bij beetje over de bouwstenen. Van de
kleinste molecule, via belangrijke ontdekkingen tot de grote oorlogen.
We horen zowel wat er gebeurd is als wel hoe het komt dat we dit weten. En dat
allemaal ondersteund door leuke strips en illustraties van bijvoorbeeld de
atomen of de Griekse goden en visuele grapjes om de tijd aan te duiden.
Al snel kunnen boeken over dit thema verzanden in complex taalgebruik en saaie
verhandelingen. Bryson houdt je bij de les en pakt je aandacht met raadseltjes
om de hersenen aan de gang te houden. Ook de vergelijkingen die hij gebruikt,
maken de behandelde materie begrijpelijk. Hij schrijft onderhoudend en neemt de
lezer serieus.
Een halve hond heel
denken, tekst en illustraties Joke van Leeuwen (Querido)
Dat Joke van Leeuwen anders kijkt dan de meeste mensen is in dit gezelschap
geen nieuws. Omdat ze – alweer! - wat ze ziet in woorden en beelden giet die
onze vertrouwde taal verrassend inkleuren en onze esthetische waarden luchten,
krijgt Joke van Leeuwen voor Een halve hond heel denken voor de tiende
keer een Griffel.
Die tiende Zilveren Griffel is er een voor non-fictie werk. Want jazeker, er
valt veel op te steken van dit boek. Je krijgt als lezer de regels: van het
perspectief, van de gulden snede, van het gebruik van de kleuren, ... Je krijgt
de bevindingen van de wetenschap: hoe onze ogen werken bijvoorbeeld en hoe onze
hersenen onze ogen voor het lapje houden. Je verneemt iets over de geschiedenis
van de kunst, over de wonderen van de fotografie, over schoonheidsidealen die
veranderen, over reclame die dingen mooier maakt en zelfs vervalst.
Maar Joke van Leeuwen is geen schoolfrik. Misschien wel een leraar. Een échte
dan. Ze is nooit expliciet, altijd suggestief, met veel ruimte voor eigen
hersenwerk. Ze is nooit betweterig, altijd is er een knipoog. Ze kiest geen
begane paden, maar is altijd origineel. Ze zit nooit op haar hurken bij een
kind, want ze weet als geen ander dat het gemiddelde kind niet bestaat en dat
ieder kind met zijn eigen rugzakje komt, volgeladen of schrijnend leeg.
Joke van Leeuwen zélf kan halve honden heel denken. Dat staat vast. Al weet je
nooit helemaal zeker hoe zo’n hond er in haar hoofd dan uitziet en zelfs niet
hoeveel verschillende hele honden ze ziet.
Je moet bijzondere ogen hebben om te kijken zoals Joke van Leeuwen kijkt.
Je moet een bijzondere stem hebben om kinderen en volwassenen steeds weer te
verrassen met wat je ziet en met de manier waarop je dat verder vertelt.
Je moet een bijzonder hart hebben om kinderen het vertrouwen te geven dat hun
eigen oogvogel de allermooiste is en hen krachtige vleugels geeft om de wereld
te verkennen.
Spin op sokken,
tekst Ted van Lieshout, illustraties Sieb Posthuma (Leopold)
Na het succesvolle en voor De Gouden Uil 2007 genomineerde Van Ansjovis
tot Zwijntje, hebben Van Lieshout en Posthuma elkaar opnieuw gevonden in het
nu met een Zilveren Griffel bekroonde prentenboek Spin op Sokken. Voor
Spin op sokken schreef Ted van Lieshout een reeks nieuwe gedichten, die
wederom prachtig zijn geïllustreerd door Sieb Posthuma.
Van Lieshout dicht alsof hij een raadsel vertelt. Je moet erbij blijven, het nog
eens nalezen en dan ontdek je de gelaagdheid in zijn taalgebruik en beeldspraak.
Van Lieshout relativeert en geeft lucht aan soms zware kost. De enge spin die op
sokken voorbij sluipt, stiller dan stil, en dan heel hard BOE roept. Het
schrijvertje dat niet lezen kan, het jongetje dat zijn opa iets leert over
doodgaan en hoe nietig je wel niet bent in het ‘grote’ dat ons omringt.
Posthuma vormt hierbij de gedroomde partner, want zijn illustraties nodigen uit
tot onderzoek, je raakt in gedachten verzonken en associeert er zelf verder op
los. Dat ene visje met het brilletje, de vreemde vogel die net op zijn kop
hangt, de tien lakeien in de vorm van getallen waarvan nummer drie met zijn
omgekeerde 3 een bolle buik vormt, en natuurlijk het immer terugkerende
spinnetje! Het spel met taal, de herhaling en opeenvolging zie je terug in zowel
woord als beeld. Het tellen is een centraal thema dat in allerlei gedaantes aan
bod komt. Zeven popjes, tien lakeien, negen golfjes, drie nonnetjes, drie kusjes
en de acht poten van de spin! Je vraagt je soms af hoe Posthuma het allemaal op
heeft papier gekregen.
Dat cijfers en letters ook grafisch een bron tot dichten zijn, zie je terug in
het gedichtje ‘1 2tal 3lingen’. Van Lieshout speelt met taal en daagt Posthuma
uit om zijn beeldspraak te verbeelden. Nergens merk je dat er sprake is van
wedijver. Spin op sokken is een mooi symbiotisch werk. Dat spreekt
misschien nog wel het meest toepasselijk uit het gedichtje over het
schrijvertje. Het schrijvertje schrijft cirkels in het water, maar kan niet
lezen. De lezer zegt: ‘O, o, o, o, o, o, o! Mooi geschreven! Bis! Bravo!
Opa laat zijn tenen
zien, tekst Edward van de Vendel, illustraties Floor de Goede (Querido)
In de stripgedichten van Van de Vendel en De Goede komen er heel wat van die
doordenkertjes aan bod. Veel gedichten gaan over wat als-momenten. Het jongetje
dat fantaseert over het misschien wel radiografisch bestuurbare hondje van zijn
buurjongen. Om te concluderen dat het eigenlijk onduidelijk is wie er hier nu
wie bestuurt: het buurjongetje het hondje, het hondje het buurjongetje of
hijzelf die zo aandachtig kijkt? Of het meisje dat tijdens het benzine tanken
een nieuwe man voor haar moeder fantaseert en erachter komt dat haar moeder nog
helemaal niet toe is aan haar fantasieën en in huilen uitbarst.
Zelfkennis is een ander thema. Personages die in staat zijn zichzelf met de
nodige ironie te bekijken. Het voetballertje dat niet zo goed kan voetballen en
weet dat hij het door zijn eigenwijsheid ook niet snel zal leren. De tekeningen
van De Goede geven humor en dynamiek aan de gedichten. Vaak overstijgen de
tekeningen het kenmerkende van een eenvoudige strip.
Sommige zijn ware kunstwerkjes waarin je heel duidelijk het samengaan van beeld
en taal ziet. In Mijn oma en mijn zusje is de storm mooi en krachtig
afgebeeld. Het opwaaiende jasje van het meisje roept spanning op. Zal ze echt
naar haar oma luisteren en naar binnen gaan? Het is zo mooi buiten. Als lezer
wil je dat ze daar blijft en ze zich laat overdonderen door het natuurgeweld.
Een aantal gedichten zijn oprecht ontroerend. Het kindje dat bij moeder
wegkruipt en niet zeker weet of moeder nu lacht of huilt, tegen haar aan kruipt
en samen met haar verdwijnt in een blije of verdrietige bui. Het maakt niet uit
, als ze maar samen zijn.
In een stripgedicht komen poëzie en beeld bij elkaar om datgene dat verteld
wordt meer kracht bij te zetten. Een strip stelt je in staat om je sneller te
identificeren met de soms filosofische gedachtegang van de dichter. Een vondst
als het om poëzie voor de jeugd gaat en vooral voor de lezers die soms moeite
hebben met gedichten.
|