|
LEESPLUIM VAN DE
MAAND
JUNI 2006
Rupsje
Nooitgenoeg, tekst en illustraties Eric Carle (Lemniscaat)
Ze zijn inmiddels ruim dertig jaar, de peuters en
kleuters die in 1972 als eersten in Nederland kennismaakten met
Rupsje Nooitgenoeg. Een onverzadigbaar rupsje dat zich in een week
door een appel, twee peren, drie pruimen, vier aardbeien, vijf
sinaasappels, een stuk chocoladetaart, een ijsje en nog zo een en ander
heen eet, om zich vervolgens te verpoppen tot een wonderschone vlinder.
Een verhaal dat jonge kinderen nog steeds weet te bekoren, vanwege het
onderwerp en de kleurrijke collages van Eric Carle. Maar is het nodig
zo’n overbekend boek weer onder de aandacht te brengen?
Neem het boek ter hand, stel vast dat het zo’n vier keer dikker is dan
de uitgave die u kent, sla het vervolgens open, doe uw ogen dicht en ga
dan met uw vingertoppen over de titelpagina. U voelt met uw ongetrainde
vingers iets harigs en kronkeligs en in de rechterbovenhoek een aantal
puntjes die uit het papier omhoogkomen. Inderdaad, Rupsje Nooitgenoeg
in een voelbare uitgave met de tekst in braille – en in het vertrouwde
alfabet. Een paar bladzijden verder, bij de tekst: ‘’s Nachts lag er, in
het maanlicht, een eitje op het blad’, voelen het blad, het eitje, de
maan, de boom en de nachtelijke achtergrond allemaal verschillend aan.
Dat gaat zo door tot de laatste bladzijde met de wonderschone vlinder,
compleet met voelsprieten en pootjes. De kleurnuances van het
oorspronkelijke prentenboek mogen dan verdwenen zijn, daarvoor in de
plaats is de tastbare sensatie gekomen. Blinde en slechtziende kinderen
zijn nu ook in staat van het prentenboek te genieten. Maar ook voor
ziende kinderen is het boek een unieke ervaring. De wetenschap dat elk
exemplaar met de hand is vervaardigd, maakt de uitgave extra bijzonder.
|