|
LEESPLUIM VAN DE MAAND JUNI 2007 Kleine Ezel en het boebeest, tekst Rindert Kromhout, illustraties Annemarie van Haeringen (Leopold)
Het stormt, en niet zo’n beetje ook. Een woeste
westenwind rukt de sokken die mamma Ezel gewassen heeft van de waslijn.
Echt vliegerweer vinden Kleine Ezel en zijn vriendje Jakkie. Maar dan
komt Kleine Ibis eraan met zijn rode kiepauto – begeerlijk bezit – en
Jakkie mag meespelen. Kleine Ezel gaat dan maar naar huis en daar is
alles in rep en roer. De sok van Maraboe is zoek. Wat staat mamma Ezel
te wachten van dat verschrikkelijke beest met zijn afschuwelijke stem,
het boebeest? Kleine Ezel aarzelt niet, hij gaat op zoek naar de sok.
Hij wil niet dat Maraboe boos wordt op zijn moeder. In het bos vindt hij
de sok terug en staat ineens voor een vreemd groot beest op een
vuilnisbelt: Maraboe. Een merkwaardige ontmoeting. Maraboe blijkt behept
met een enorm schaamtegevoel: hij wil niet zonder sokken gezien worden.
Daarom brengt hij ze ’s nachts naar de wasserij en haalt ze ook ’s
nachts weer op. Kleine Ezel laat in het gesprek vallen dat hij zo graag
een kiepauto heeft om daarmee zijn vriendje terug te krijgen. Vriendje,
dat woord maakt veel los bij Maraboe. Hij heeft altijd een vriend willen
hebben. Kleine Ezel is nog niet goed en wel thuis of Maraboe komt
aangevlogen met een kiepauto in zijn vleugels. De vriendschap is
bezegeld en als ze even later samen zitten te spelen en Jakkie komt
langs hebben ze even geen tijd voor hem. |