|
LEESPLUIM VAN DE MAAND SEPTEMBER 2007 , tekst en illustraties Ole Könnecke (Davidsfonds/Infodok)
Anton kan toveren want hij heeft een toverhoed. Zo
simpel is dat. Het hoofddeksel heeft iets tulbandachtigs en is versierd
met een witte veer. Maar de proef op de som moet nog genomen worden.
Waarom niet een boom weggetoverd? Anton trekt de toverhoed over zijn
ogen, maakt tovergebaren en... de boom staat er nog. Te groot misschien.
Dan maar het vogeltje dat op een tak zit. Het ritueel herhaalt zich en
als Anton opkijkt is het vogeltje verdwenen. Weggetoverd. Wat Anton niet
gezien heeft maar de lezer wel: het vogeltje is gewoon weggevlogen. Maar
Anton is er nu heilig van overtuigd dat hij kan toveren en hij besluit
zijn vriendje Lucas weg te toveren. Lucas heeft zo zijn twijfels aan
Antons toverkunst: ‘Kan je echt niet’, zegt hij. ‘Kan ik echt wel’, zegt
Anton. Weer de toverhoed over zijn ogen en de gebaren. En ja hoor, Lucas
is weg. De lezer heeft op de illustratie Lucas weg zien lopen. Voor
Anton is de meesterproef gelukt. De vreugde is echter van korte duur,
want nu is zijn vriendje weg. Daar is het vogeltje weer. Zou Lucas
veranderd zijn in een vogeltje? Anton vangt het onder zijn toverhoed. Op
dat moment komen zijn vriendinnetjes én Lucas aanlopen. Ze zijn op zoek
naar Laura’s vogel die weggevlogen is. Geen probleem, Anton tovert het
wel terug. Scepsis bij Lucas, maar die slaat al gauw om in bewondering
als Anton zijn toverhoed afneemt: daar is Laura’s vogeltje. Inderdaad,
Anton kan toveren. |