|
LEESPLUIM VAN DE MAAND FEBRUARI 2008 , tekst en illustraties Thé Tjong-Khing (Gottmer)
In de titel van het boek valt natuurlijk meteen het
woord ‘sprookjes’ op, maar ‘verteller’ is minstens zo belangrijk. Want
het is allemaal begonnen met vertellen, in tijden dat er van boeken
nauwelijks en van films, strips en dvd’s helemaal geen sprake was. En
altijd klonken de vertelde verhalen weer anders want iedere verteller
voegde er als vanzelf kleine veranderingen aan toe. Zelfs toen de
sprookjes op papier waren vastgelegd ontstonden er tientallen versies
van de bekende verhalen: van zoetsappige, krachtloze navertellingen tot
wetenschappelijk verantwoorde uitgaven. En nu is daar Thé Tjong-Khing
met een verzameling van elf sprookjes die hij, hoe kan het ook anders,
zelf geïllustreerd heeft. Het boek begint met De nieuwe kleren van de
keizer van Andersen en eindigt met Klein Duimpje van Perrault.
Daar tussenin klassiekers als Sneeuwwitje, Assepoester,
Doornroosje en Roodkapje van de gebroeders Grimm. En net als
de oude sprookjesvertellers voegt ook de hedendaagse verteller zo nu en
dan een eigen opmerking in het verhaal, zoals in Sneeuwwitje. Ze
is na een vlucht over de bergen doodmoe aangekomen bij het huisje van de
dwergen en dan staat er: “(Ja wat wil je, als je zo hard over zeven
bergen hebt gerend!)”. De verhalen laten zich prettig voorlezen en dat
is tenslotte ook de ideale manier om de kinderen kennis te laten maken
met een Europees cultuurgoed. En dan de illustraties: een van de
kostelijkste is wel die van de keizer die zijn nieuwe kleren aan de
bevolking toont. Een stoet van hovelingen met uitgestreken gezichten en,
onder een baldakijn, een piemelnaakte keizer, nou ja, hij heeft een hoed
op en schoenen aan. |