|
LEESPLUIM VAN DE MAAND NOVEMBER 2009 De kleren van Sinterklaas, tekst Paul Biegel, illustraties Sanne te Loo (Lemniscaat)
We zien stoomboten aankomen, manen door de bomen
schijnen en we horen de wind er doorheen waaien. Een paar weken lang
leeft Nederland in Sinterklaassfeer. Voor jonge kinderen een periode
waarin de spanning hoog kan oplopen en er allerlei merkwaardige dingen
kunnen gebeuren. Zoals bij Anouk thuis. Toevallig ziet ze dat er een
koffer wordt bezorgd die in de logeerkamer verdwijnt. Nieuwsgierig Aagje
dat ze is, wil ze wel eens weten wat er in die koffer zit en als ze dat
eenmaal weet is er maar één conclusie mogelijk: Sinterklaas komt bij hen
logeren. Dat nieuws moet ze natuurlijk onmiddellijk aan de kinderen in
haar klas vertellen. Die blijven voorlopig nogal sceptisch: ze willen
een bewijs. Ze zullen op 6 december, vlak voordat Sinterklaas weer
vertrekt, bij Anouk thuis komen kijken. En zie, die ochtend zit de
Goedheiligman rustig aan het ontbijt, eet een eitje en een boterham met
bramenjam en alle kinderen van de klas staan in stil ontzag toe te
kijken. Anouk had dus toch gelijk en Sinterklaas besluit het verhaal met
de wijze uitspraak: “…waar de kleren van Sinterklaas zijn, daar is
Sinterklaas zelf ook.” Iets waar Anouk nooit aan getwijfeld heeft. En
zoals dat gaat bij jonge kinderen, als iets niet klopt met de
verwachtingen dan bedenk je er zelf een plausibele verklaring voor. |