|
LEESPLUIM VAN DE MAAND JULI 2010 Wat het lieveheersbeestje hoorde, tekst Julia Donaldson, illustraties Lydia Monks (Gottmer)
Nog voor het verhaal begonnen is, biedt de illustratie
op het schutblad een idyllisch plaatje van een boerderij met alles wat
daarop en daarbij hoort: woonhuis, schuren, stallen, hondenhok, de boer
op een tractor en tal van dieren. Als het verhaal dan begint, maken we
kennis met die dieren, de plaats waar ze zich ophouden en hun geluiden:
boe, gak, tok, kwak, hiii, gnoef, bèè, woef, miauw. Één dier laat zich
niet horen, het lieveheersbeestje. Het zwijgt en luistert en in de loop
van het verhaal zal blijken hoe waardevol die eigenschappen zijn. Op een
avond zit het lieveheersbeestje op een blad te luisteren en hoort hoe
twee boeven van plan zijn de prijskoe van de boer te stelen. Ze
bespreken uitvoerig hoe ze dat zullen doen en hebben zelfs een
plattegrondje van hun route op de boerderij getekend: het hekje door,
langs het paard en de vijver, bij de varkensstal linksaf en zo verder
tot aan de koeienstal (en kijk maar of het klopt met de situatie op het
schutblad). Het lieveheersbeestje vliegt zo snel als het kan naar de
dieren en vertelt over de snode plannen. Dan begint het iets in hun oren
te fluisteren… Als dan de boeven de volgende nacht hun slag denken te
slaan, wordt duidelijk wat het lieveheersbeestje heeft ingefluisterd.
Door de geluiden van hun mededieren te imiteren brengen ze de boeven op
een dwaalspoor, zodat die tenslotte in de vijver terechtkomen. Vreugde
bij de dieren, en dat laten ze horen ook. Maar het lieveheersbeestje
zwijgt. |