Voorlezen is voor een
kind heel belangrijk. Het is gezellig, maar ook van groot belang voor de
ontwikkeling van het kind. Dat geldt voor jonge kinderen, maar zeker ook voor
oudere kinderen.
De tips hieronder komen uit het boekje De magie van het voorlezen van
Wilma van der Pennen. Dit boek staat vol wetenswaardigheden voor ouders en
andere opvoeders over het hoe en waarom van het voorlezen. Met een uitgebreide
lijst van boekentips, onderverdeeld naar leeftijd en genre. Vraag ernaar in de
bibliotheek, of bestel het boekje (via de website van de Volkskrant –
www.volkskrant.nl/etalage).
Waarom is het zo
belangrijk om te zingen, te vertellen of voor te lezen?
* Omdat
dat knusse en gezellige momenten oplevert.
* Omdat het gevoel voor taal daardoor spelenderwijs ontwikkeld wordt.
* Omdat de wereld van jonge kinderen daardoor uitgebreid wordt.
* Omdat het kinderen helpt om alle nieuwe indrukken en gevoelens te verwerken.
* Omdat het de fantasie stimuleert.
.…… en wanneer kinderen iets ouder zijn:
* Omdat het de
luistervaardigheid en het concentratievermogen helpt ontwikkelen.
* Omdat het stimuleert mee te denken over hoe je problemen aan kunt pakken.
* Omdat het een gunstig effect heeft op het zelf leren lezen.
* Omdat het kinderen vertrouwd maakt met allerlei soorten verhalen en
verhaalpatronen.
* Voor een baby kunt u
zingen of hardop vertellen waar u mee bezig bent.
* Al vlug volgt het bekijken van eenvoudige platen in stoffen of hardkartonnen
babyboekjes, waarbij u van alles kunt vertellen.
* Weer later kunt u een kort verhaaltje voorlezen, dat in de loop van de tijd
steeds wat ingewikkelder kan worden.
…... en wanneer ze iets ouder zijn:
* Blijf voorlezen ook
nadat een kind zelf heeft leren lezen. Het kan de afstand overbruggen tussen wat
een kind (technisch) aankan en wat het graag zou willen lezen.
* Blijf juist voorlezen aan kinderen die nog moeite hebben met de techniek van
het lezen. Het is belangrijk dat zij lezen blijven associëren met iets wat leuk
is.
Wanneer kunt u het beste voorlezen?
* Zingen voor een baby
kan de hele dag: tijdens het badje, het verschonen, het voeden, maar ook wanneer
de baby niet in slaap kan komen of zich verveelt in de box.
* Voorlezen aan peuters en kleuters kan `s middags en `s avonds voor het
slapengaan.
* Of `s morgens vroeg, wanneer de andere huisgenoten naar school of werk zijn
gegaan.
* Wanneer u een moment van rust wilt inlassen (als een kind erg actief is
geweest, veel indrukken heeft opgedaan).
* Wanneer een kind wat extra aandacht nodig heeft, omdat het hangerig of ziek
is.
* Wanneer u merkt dat een kind zelf nog moeite heeft met lezen.
Waar kunt u het beste voorlezen?
* Thuis, op de rand van
het bed, op de bank of op de grond, op kussens, aan tafel of in de tuin.
* Onderweg, in de trein of in de auto.
* In de wachtkamer van de dokter, het consultatiebureau of bij de kapper.
Hoe vindt u geschikte voorleesboeken?
* Laat u adviseren door
een medewerker van de bibliotheek of de (kinder)boekwinkel.
* Kijk eens in de gespecialiseerde gidsen: in de
Peuterboekengids
worden erg veel boeken voor jonge kinderen besproken, handig ingedeeld naar
leeftijd en onderwerp. En bij een aantal boeken worden leuke leestips gegeven.
Voor oudere kinderen is er de
Gids Boek & jeugd 4-12
en voor de 12-plussers
Boek en Jeugd 12+.
De gidsen worden uitgegeven door uitgeverij Biblion. Ze zijn te vinden in de
bibliotheek en te koop in de boekhandel.
* En kijk natuurlijk eerst op deze site. Er worden mooie voorleesboeken genoemd
en er zijn lijsten met onderwerpen voor verschillende leeftijden.
Wat maakt een boek tot een goed voorleesboek?
* Belangrijk is vooral
dat de tekst goed in het gehoor moet liggen: niet te lange en ingewikkelde
zinnen, maar ook niet te korte.
* Er moet variatie zijn in woordgebruik, klankrijk taalgebruik, grappige woorden
en klanknabootsingen.
* Het taalgebruik moet beeldrijk zijn, zodat kinderen zich een voorstelling
kunnen maken van wat er voorgelezen wordt.
* Van een boek voor oudere kinderen moeten de hoofdstukken niet te lang zijn en
een afgerond geheel vormen. Het slot van het hoofdstuk moet zo zijn dat met
spanning naar het vervolg zal worden uitgekeken.
* Het verhaal moet een duidelijke structuur hebben; de gebeurtenissen moet
elkaar logisch opvolgen.
* Het verhaal moet uitnodigen tot meedenken, -voelen en -beleven. Het moet zo
zijn opgebouwd dat de luisteraar nieuwsgierig blijft naar wat er verder zal
gebeuren.
* De tekst moet uitnodigen bij het voorlezen wat variatie in toon, stemhoogte,
volume aan te brengen. Levensechte dialogen nodigen uit met stemmetjes te
werken.
* Humor en spanning vergroten de betrokkenheid, werken ontspannend en
bevrijdend. Humor is het middel om een gevoelig verhaal hanteerbaar te houden.
Hoe maak je het voorlezen tot een succes?
* Probeer een boek uit
te kiezen dat past bij de ontwikkeling en belangstelling van een kind.
* Lees het boek zelf eerst een keer (gedeeltelijk) door.
* Ga in op het verzoek hetzelfde boek nog een keer voor te lezen (en desnoods
nog een keer en nog een keer).
* Zorg dat er rust is en weinig afleiding.
* Vertel vooraf in het kort iets over de inhoud van het verhaal.
* Lees rustig en duidelijk de tekst voor. Maak daarbij gebruik van de
mogelijkheden van uw stem, maar maak er geen toneelstukjes van.
* Maak tijdens het voorlezen af en toe gebaren om de woorden te omlijsten.
* Breng tijdens het voorlezen af en toe bewust een pauze aan.
* Wanneer duidelijk is dat de aandacht verslapt, stop dan met voorlezen. Kies
een ander moment, of een ander boek.
* Let op hoe u het boek vasthoudt.
Laat uw gezicht er niet achter
verdwijnen.