HET HOOGSTE WOORD

1998

Patatje oorlog, tekst Frans van Houwelingen, illustraties Theresia Koelewijn (De Vuurbaak)

Op het eerste gezicht lijkt het boek een welbekend, klassiek thema te bevatten, van de jongen die het meisje ontmoet. Maar bij nadere beschouwing blijkt het boek dieper te steken, maar wordt niet loodzwaar dankzij het gebruik van de nodige humor.

De schrijver is diverse problematieken niet uit de weg gegaan, maar heeft ze op een fijngevoelige manier beschreven. Een belangrijk element is de relatie tussen de hoofdpersoon Ellen en haar opa. Tussen deze twee groeit een vertrouwelijke band die van grote invloed is op het leven van Ellen.
De vriendschap van Ellen met haar vriend Barry staat onder druk door zijn asociale achtergrond en het feit dat drank, drugs en disco een belangrijke rol in zijn leven spelen.
De beschrijving van de leefwereld van Barry komt wel wat stereotiep over.

De ouders van Ellen, met name haar vader, verdiepen zich nauwelijks in de leef- en denkwereld van hun dochter en zitten vol vooroordelen waardoor de relatie tussen Ellen en haar ouders lijkt te verworden tot een soort loopgravenoorlog.

Tussen opa en Ellen ontwikkelt zich echter een open en meer vrijblijvende relatie. Door de gesprekken met opa, die begrip toont voor haar situatie, haar niet per definitie veroordeelt maar wel een weg door haar leven wijst, ontstaat er een verandering in het denken bij Ellen.
Mede door het overlijden van haar opa komt Ellen tot inkeer. Deze gedragsverandering wordt niet geforceerd beschreven. Frans van Houwelingen heeft het verhaal richting gegeven zonder persoonlijk in te breken. De schrijver is niet zelf aan het woord, maar het is Ellen die wikt en weegt, kiest en groeit in de loop van het verhaal.