Interviews

Allan Stratton is soms bang om te gaan slapen

01-05-2016

Met De honden was de Canadese schrijver Allan Stratton genomineerd voor de Gouden Lijst. De uitreiking vond plaats tijdens de Dag van de Jonge Jury en hij wilde geen moment missen van deze spannende dag. Nicky de Boer sprak met de auteur over zijn boek en vroeg hem of het winnen van de prijs belangrijk voor hem was.



Je was genomineerd voor een Gouden Lijst, maar hebt helaas niet gewonnen. Zijn de nominaties en prijzen die je al hebt ontvangen de grootste complimenten die je kunt krijgen?
Door de nominaties en het winnen van prijzen voel ik me vereerd en gelukkig, maar niet speciaal. Ik vind het dus niet erg dat ik niet heb gewonnen, want het gevoel speciaal te zijn krijg ik door de reacties van lezers. Die raken mij het meest. Zij schrijven mij bijvoorbeeld dat mijn verhaal veel voor hen betekent. Of dat ze sinds het lezen van het boek beter met het verlies van een ouder en hun eigen emoties kunnen omgaan.
Dat contact met de lezers vind ik veel leuker en belangrijker dan het winnen van een prijs.

Inspireren die lezers je ook voor een volgend boek?

In zekere zin wel. Ze inspireren mij niet in die zin dat ik ideeën krijg voor een nieuw verhaal, maar wel op een manier dat het mij het gevoel geeft dat mijn werk en leven een doel hebben. Ik hoor van lezers dat ze zich herkennen in wat ik schrijf en dat ze zich daardoor beter voelen. Dat geeft betekenis aan mijn werk, het doet er op dit moment toe. Hierdoor blijf ik gemotiveerd om door te gaan met schrijven.

Je kwam op het idee voor De honden door wat je in je eigen jeugd hebt meegemaakt. Je vader was gewelddadig tegenover je moeder. Heb je hier nog herinneringen aan?
Nee, niet van die tijd. Ik was nog maar zes maanden oud toen mijn moeder mij mee nam naar mijn grootouders. Aan latere momenten heb ik wel herinneringen, want ik zag mijn vader wel ieder weekend. Hij kwam langs met zijn auto en ik ging dan naar hem toe. Eén keer wilde hij mij meenemen om in een hotel te overnachten, maar dat vond mijn moeder niet goed. Mijn vader had mij aan een arm vast en mijn moeder aan de andere, zo hielden ze mij allebei vast. Tot mijn oma daartussen kwam en een eind maakte aan die strijd.

Cameron, de hoofdpersoon uit De honden, heeft heftige nachtmerries. Heb je zelf rustig kunnen slapen toen je dit boek schreef?
Ik slaap eigenlijk nooit goed en droom veel. Soms ben ik bang om te gaan slapen omdat ik niet weet wat voor dromen ik zal hebben en andere keren wil ik juist terug naar die droom. Vaak droom ik over een huis, een groot huis dat al een beetje uit elkaar valt. Het is een fascinerend huis met spectaculaire ruimtes en geheimen.

Is dit ook het huis waar je over schrijft in het verhaal?
Nee, dat lijkt op het huis van mijn grootouders, zij waren boeren en woonde op het platteland. Het huis in het boek staat in eenzelfde omgeving, met dezelfde indeling, alleen is het in het echt niet zo vervallen.

Cameron wil liever niet alleen thuis zijn. Hij jaagt zichzelf de stuipen op het lijf door na te denken over een mogelijke moord die daar heeft plaatsgevonden. Herken je zijn angsten?
De meeste mensen hebben wel momenten waarop ze onzeker of angstig zijn, ik heb die ook. Net als vele anderen krijg ik meer controle over mijn gevoelens door erover te schrijven. Het helpt je om ergens overheen te komen, al kun je vaak nooit helemaal begrijpen waarom je je zo voelt.
Lezen kan ook zo’n effect hebben. Hoe meer je leest, hoe meer situaties je leert kennen en herkennen. Het helpt je om te lezen over een lastige situatie waarin je zelf ook zit of over angsten die je zelf ook hebt, want daardoor weet je dat je niet alleen bent.

Zijn omgeving denkt dat Cameron een te levendige fantasie heeft, terwijl hij er zelf van overtuigd is zijn waarnemingen echt zijn. Kan een levendige fantasie volgens jou gevaarlijk zijn?
Oh ja, ik denk dat dat zeker kan. Het is mogelijk dat je angsten alles overnemen en je gaat hallucineren. Een levendige fantasie kan ook leiden tot gedachten die niet kloppen. Lezers vragen mij wel eens of Jacky, de geest waar Cameron contact mee heeft, echt bestaat of niet. Ik zeg dan dat ik schrijf vanuit het perspectief van Cameron en dat hij gelooft dat hij echt is. Maar een levendige fantasie hoeft zeker niet negatief te zijn, want je kunt dan ook verder kijken dan andere mensen. Je kunt je makkelijker verplaatsen in een ander en je inbeelden hoe een iemand anders zich in een bepaalde situatie zou gedragen.

Lees meer over Allan Stratton of bekijk de leestip over De honden.