Interviews

Interview: Floor Rieder maakt graag grappige illustraties

01-09-2016

De illustraties van Floor Rieder zijn herkenbaar, mooi en vaak erg grappig. Voor Het raadsel van alles wat leeft, het eerste boek dat ze illustreerde, ontving ze een Gouden Penseel. Nicky de Boer vroeg haar of ze altijd al illustrator wilde worden en hoe ze haar illustraties maakt.



Foto: Elsbeth Thijssen
Heb je altijd al illustrator willen worden?
Volgens mijn ouders wilde ik vanaf mijn tweede of derde jaar altijd tekenen. Ik ben ook naar de kunstacademie gegaan en koos de specialisatie illustratie. Op dat moment zat ik in een klas vol met talentvolle illustratoren, waardoor ik zelf liever iets anders wilde doen. Ik hield me veel bezig met beeldende kunst, theater en film.

Maar je bent toch weer gaan tekenen.
Ja, na mijn studie viel de druk van die klasgenoten weg en dat scheelde een hoop. Om te tekenen heb je ook veel minder nodig. Je hoeft niet een hele filmset op te bouwen en kunt het dus wat kleiner houden. Zo begon ik toch weer met tekenen.

En toen won je een Gouden Penseel voor je allereerste boek Het raadsel van alles wat leeft. Ben je daardoor anders aan Het wonder van jou begonnen?
Het raadsel van alles wat leeft en Het wonder van jou horen bij elkaar. Dat betekent dat je het niet ineens helemaal anders moet gaan doen. Het moet duidelijk bij elkaar passen en dat geldt ook voor het derde deel over de ruimte dat Jan Paul Schutten nu aan het schrijven is. Natuurlijk sta ik er altijd wel even bij stil wat anderen ervan gaan denken voordat ik aan een nieuw boek begin, maar zodra ik echt aan het werk ben denk ik daar niet meer aan. Ik bedenk wat de lezers graag willen en wat ik zelf leuk vind, niet wat de recensent ervan zal denken.

Hoe ga je te werk bij de illustraties bij de teksten van Jan Paul Schutten in Het raadsel van alles wat leeft en Het wonder van jou?
Vooraf doe ik bijna niets. Ik verzamel alleen wat boeken over het onderwerp zodat ik informatie op kan zoeken als ik die nodig heb tijdens het tekenen. Verder wacht ik tot Jan Paul de teksten af heeft. Dan lees ik het verhaal als een leek, zodat ik ontdek waar de tekst moeilijk, ingewikkeld of een beetje saai is en waar een plaatje nodig is. Ik lees het verhaal eerst drie keer door en de vierde keer kijk ik per dubbele pagina wat voor plaatje ik daarbij kan maken.

Hoe bepaal je dan wat voor soort plaatje je dan maakt?
De illustraties die ik maak zijn mooi, informatief of grappig. Die drie probeer ik zoveel mogelijk af te wisselen, maar ik vind het - net als Jan Paul - erg leuk om veel grapjes in mijn illustraties te verwerken.

Houden jullie ook een scoreformulier bij om te bepalen wie de meeste grappen maakt?
Ja, bijna wel! Ik hang de illustraties die ik maak altijd op, dan kijk ik ernaar of het niet te serieus is, want dan moeten er zeker meer grappen in. Bij ingewikkelde onderwerpen zoals de hoofdstukken over het hart kunnen er niet alleen maar grappen in staan, dan is een informatief plaatje veel handiger, zodat ook duidelijk wordt hoe zo’n hart er echt uit ziet. Hoe ik dat moet tekenen zoek ik dan op in de boeken die ik zelf al had verzameld. Ik leer dus heel veel, maar helaas vergeet ik alles daarna ook weer. Gelukkig heb ik nu boeken waarin ik de informatie weer kan opzoeken!

Heb je ook een favoriete techniek?
Nee, die heb ik niet echt. Ik vind de afwisseling wel erg fijn, want als ik alle boeken met dezelfde techniek zou illustreren, zou dat maar saai zijn. Voor de boeken die ik met Jan Paul Schutten maak gebruik ik dezelfde techniek, die teksten kunnen best zakelijk zijn en dan vind ik het mooi om de illustraties met een kroontjespen te tekenen, dat ziet er sierlijk en lief uit. Bij de techniek die ik voor Alice in Wonderland heb gebruikt kan dat niet. Daarbij begin ik met donker en teken ik met wit. Dat levert hele verrassende dingen op met veel meer contrast.

Wat voor boek zou je heel graag eens illustreren?
Oh, ik zou wel eens een boek voor volwassenen willen illustreren! Maar mijn grootste wens is om nog eens een kookboek te maken. Ik hou heel erg van koken en dan wil alles in het boek zelf maken. De recepten bedenken, uitschrijven, fotograferen en tekenen. En dan wil ik bijvoorbeeld ook landkaarten maken waarin staat waar de ingrediënten vandaan komen. Die wens gaat zeker in vervulling, ik heb alleen nog geen idee wanneer.