Interviews

Interview: Geert-Jan Roebers over de twee bedreigingen voor de natuur

01-03-2017

Het boek Zij de cobra? Wij de adder! vertelt over bekende dieren uit het buitenland en vergelijkt ze met net zo knappe dieren die je in Nederland tegen kunt komen. Want een bever is net zo cool als een capibara en de fuut doet niet onder voor de pinguïn. Bioloog en schrijver Geert-Jan Roebers vertelt over zijn boek en zijn passie voor de natuur.



Zij de cobra? Wij de adder! is een soort wedstrijdje ‘coole diersoorten’. Hoe kwam je op dit idee?
Het begon met de wezel. Ik had in een documentaire gezien dat een tijger een prooi kan vangen die wel vijf keer zijn eigen gewicht heeft. Dat is machtig! Later las ik dat een wezelvrouwtje soms een prooi vangt die wel veertig keer zo zwaar is als zijzelf! Een wezel is veel kleiner dan een tijger, maar nog veel knapper. En een wezel kan je gewoon in Nederland tegenkomen, een tijger niet. De bekendste dieren wonen vaak ver weg, maar in Nederland leven ook heel bijzondere dieren. Ik wil met mijn boek niet de exotische dieren omlaag halen, maar als opstapje gebruiken om vergelijkbare dieren in Nederland te leren kennen.

Je boek staat vol bijzondere feitjes. Een hagedis kan zijn staart loskoppelen, een das hangt in het voorjaar zijn beddengoed buiten en een adder vervelt zelfs op zijn ogen.
Hoe weet jij dat allemaal?
Ik heb biologie gestudeerd, maar ik leer nog steeds heel veel bij. Het meeste uit boeken. En soms doe ik zelf een ontdekking, dat is het mooiste.
Ik ben dol op kraaien. Vogelaars kijken daar niet naar, want je ziet ze elke dag overal, maar ze zijn heel intelligent. Ik heb een boek gemaakt over kraaien en daarvoor was ik in Naturalis, waar een paar opgezette kraaien stonden. Ik bekeek ze heel goed en opeens ontdekte ik dat onder die pikzwarte veren een laagje hele lichte veertjes zit. De kraai draagt wit ondergoed onder zijn zwarte pak! Natuurlijk was ik niet de eerste die dit zag, maar niemand anders had het opgeschreven. Het was een ontdekking voor mij. Ik heb het natuurlijk wél in mijn boek gezet.

Ga jij zelf vaak naar buiten om dieren te bekijken?
Als je op zoek gaat naar een wezel, lukt het meestal niet om hem te vinden. Maar als je goed kijkt naar de natuur om je heen en geniet van wat je ziet, komt er vanzelf een keer een wezel voorbij schieten. Ik kijk graag naar de gewone dingen. Bijvoorbeeld naar de futen in een park bij mij in de buurt. En dan zie ik soms opeens een ijsvogel.
Ik houd ervan als ik de naam weet van de planten en dieren die ik zie. Net of je overal bekenden tegenkomt. Het is ook prettig om de naam van een nieuwe buurman of buurvrouw in de straat te weten, na een eerste kennismaking. Als je de planten en dieren uit je omgeving kent, voel je je nog meer thuis.
Maar ver weg gaan is ook leuk. Als je de kans krijgt om te gaan duiken op Bali of het regenwoud te bezoeken, zou ik dat zeker doen.

Je schrijft al heel lang veel voor kinderen over de natuur en dieren. Je maakte bijvoorbeeld de Superdieren-kaartjes van Albert Heijn en schrijft voor TamTam. Ben je meer schrijver of meer bioloog?
Bioloog, zonder twijfel. Na mijn studie ging ik werken in de educatie. Kennis doorgeven vind ik belangrijk. Zo kwam ik bij het Wereld Natuur Fonds op de jeugdafdeling. In de loop der tijd deed ik steeds meer schrijfwerk en ging ik ook boeken maken.
Het maken van de Superdierenkaartjes was ontzettend leuk, omdat het publiek heel breed was. Een boek over dieren wordt opgepakt door een kind dat daar al een beetje interesse in heeft. De Superdierenkaartjes kwamen bij iedereen terecht, ook mensen die niets met dieren hebben. Er stonden mooie plaatjes op en vanzelf lees je dan de teksten erbij.
Weet je, er zijn twee gevaren voor de natuur: onwetendheid en onverschilligheid. Door die kaartjes zijn er veel kinderen en volwassenen die nu iets meer weten dan daarvoor. En hoe meer je weet, hoe meer het je kan schelen. Dus ik vond het geweldig dat ik daar aan mee kon werken.

Wat is jouw lievelingsdier aller tijden en waarom?
De spreeuw. Heb je wel eens een spreeuwenzwerm gezien? Met tienduizenden tegelijk vliegen ze in een massa. Dat is het mooiste dat ik ooit in de natuur heb gezien. Zo spectaculair.
Dierenmassa’s vind ik heel indrukwekkend. Ik heb op Bonaire tijdens het duiken eens door een school vissen gezwommen, dat was ook bijzonder. Ik kijk ook graag naar een mierenhoop. Al die verschillende leventjes en toch samen één geheel. Ik zou graag ooit nog een kudde gnoes in het echt zien. Dat is veel meer gedoe dan een zwerm spreeuwen. Ik raad daarom iedereen aan om eerst maar eens op zoek te gaan naar een spreeuwenzwerm. [Kijk hier een filmpje.]

Lees meer over Geert-Jan Roebers. Doe ook mee met de Kennisquiz en win Zij de cobra? Wij de adder!

(EV)