Interviews

Brieven: Caroline schrijft Rob Ruggenberg

13-06-2017

Uit nieuwsgierigheid en bewondering schreef lerares Nederlands Caroline Wisse-Weldam enkele jeugdboekenschrijvers een brief waarin ze hen het hemd van het lijf vraagt. Stuk voor stuk schreven ze haar uitgebreide antwoorden terug. Leesplein mag deze brieven publiceren. Vandaag de zevende: Rob Ruggenberg.


Lieve Rob,

Beste Rob,

Dag Rob,

Heeee Rob!


Ik gok het erop: Lieve Rob,

We hebben elkaar een aantal keren gezien, vele keren gemaild en steeds was het contact fijn. Je bent een bijzondere schrijver, al vraag ik me af of het woord schrijver het meest passend is. Ben jij geen schrijvende journalist of een journalistieke schrijver? Een avonturier? Een genieter pur sang? Elke keer als jij een avonturenboek schrijft, sorry als ik je nu in een hokje duw, ik houd zelf helemaal niet van hokjes, ben er zelfs allergisch voor, maar nu geeft het het genre weer, ga je op reis, doe je onderzoek en beleef je avonturen. Hiervan doe je op je site verslag. Ik heb daar gelezen dat je in een zwart gat valt als je je manuscript hebt ingeleverd. Er is dan geen reis meer te maken, geen letter meer te schrijven, geen avontuur meer te beleven. Wat doe je dan? Werk je je postzegelverzameling bij, schrijf je brieven, rust je uit, maak je een bucketlijst? Ik ben hier ontzettend nieuwsgierig naar. Ook naar wat er dan op jouw bucketlijst staat...
Voor een oudere meneer ben je ontzettend actief op social media. Heeft jouw uitgever je hiertoe verplicht of ben je zelf op ontdekkingstocht gegaan? Vind jij het belangrijk om met de tijd mee te gaan?
Bij de Dag van de Jonge Jury was jouw generatie in topvorm: zowel jij als Carry Slee waren genomineerd voor de Prijs van de Jonge Jury! Toch ging de jeugd, Mel Wallis de Vries, er met de prijs vandoor. Dit deed pijn. Zin jij dan op wraak, zoiets van: volgend jaar pak ik Nederland in met mijn spannende nieuwe boek? Of ben je thuis verdrietig en onderga je dit gelaten? Misschien is dat alles nog te vers en te pijnlijk om te benoemen.
Ik vind in ieder geval dat jouw boeken onmisbaar zijn in de Nederlandse jeugdliteratuur. Dus ik kijk uit naar jouw verhalen, mondeling of schriftelijk overgeleverd.

Alle goeds,

Caroline

*******

Lieve Caroline,

Ik moet bekennen dat ik het een beetje gênant vind - zo´n openbare briefwisseling waarin je me het hemd van mijn lijf vraagt. Maar vooruit, ik ben zelf ook altijd supernieuwsgierig naar andere mensen, dus ik doe mee.

Bij al die hokjes die je noemt (en waar ik allemaal in pas) sla je de belangrijkste over. Boven alles voel ik me verhalenverteller. Als ik terugdenk aan de geschiedenislessen op school, besef ik dat ik alle saaie feiten en jaartallen ben vergeten. Maar de mooie verhalen die de leraar vertelde heb ik wel onthouden. Zo´n verteller wil ik ook zijn.

Daarbij komt, ik schreef het al, ik ben heel erg nieuwsgierig. Mijn avonturen zijn altijd het gevolg van nieuwsgierigheid. Ik stond eens in Jakarta, in Indonesië, aan een rand van een enorme krottenwijk, op wrakke palen in het water gebouwd, vlak bij de oude VOC-haven. Iedereen had me gewaarschuwd: Blijf daar weg, het is er levensgevaarlijk, het zit vol boeven, ze snijden je zo de keel af.

Maar ik ben nieuwsgierig, dus ik ging wel, over die smalle planken, die krottenwijk in. Het werd de mooiste middag van mijn hele leven. Wat een geweldige mensen, wat een vriendelijkheid, gastvrijheid. Die mensen waren doodarm, in plaats van thee dronken ze warm water. Overal moest ik binnenkomen, praten, rondkijken, baby´s knuffelen. Ik kreeg te eten, te drinken.

Die middag veranderde mijn kijk op de wereld. Ik luister nog maar zelden naar wat andere mensen vinden, ik onderzoek het zelf wel. En daar schrijf ik vervolgens over. Natuurlijk is mijn genre ‘spannende historische verhalen´, maar als je ze goed leest gaan die verhalen over vandaag, over onze huidige wereld, over onze toekomst. Ze gaan over de manier waarop je naar andere mensen kijkt, naar andere culturen. Ze laten zien hoe volwassenen verstrikt zitten in vooroordelen en vastgeroeste meningen. Jongeren hebben daar minder of geen last van. Ze zijn opener.

Ik weet niet waar je hebt gelezen dat ik in een zwart gat zou vallen als ik een manuscript heb ingeleverd. Integendeel! Dan heb ik juist weer tijd voor een nieuw verhaal, voor een nieuw onderzoek, voor nieuwe reizen. Ik heb nog genoeg ideeën in mijn hoofd voor minstens tien boeken. Mijn probleem is vooral: welk verhaal geef ik voorrang, welke reis ga ik nu maken?

Dat ik zo actief ben op social media komt door diezelfde nieuwsgierigheid. Ooit behoorde ik in Nederland bij de eersten die het internet omarmden. Ik bouwde mijn websites zelf (dat doe ik nog steeds trouwens), ik vind al die nieuwe uitvindingen en technieken geweldig en ik doe graag mee. Niemand hoeft mij dat te vragen - ik sta gewoon vooraan.

En dat ik die Prijs (dit keer) niet heb gewonnen, daar ben ik niet zo verdrietig om. Mijn laatste drie boeken zijn steeds genomineerd geweest voor die prijs. En met IJsbarbaar wón ik hem zelfs (die keer versloeg ik Mel Wallis de Vries :-). Dat jongeren iedere keer opnieuw massaal stemmen op mijn boeken, die toch totaal anders zijn dan de gemiddelde jeugdromans, vind ik fantastisch. Het stemt mij ook vrolijk en hoopvol, het bewijst dat jongeren net zo nieuwsgierig zijn als ik.

Het beste,

Rob

Lees meer over Rob Ruggenberg.