Interviews

Brieven: Caroline schrijft Anouk Saleming

20-06-2017

Uit nieuwsgierigheid en bewondering schreef lerares Nederlands Caroline Wisse-Weldam enkele jeugdboekenschrijvers een brief waarin ze hen het hemd van het lijf vraagt. Stuk voor stuk schreven ze haar uitgebreide antwoorden terug. Leesplein mag deze brieven publiceren. Vandaag de achtste: Anouk Saleming.


Foto: Maria Stijger

Anouk!

Whaaaaaaa! Je hebt de Jonge Jury Debuutprijs gewonnen!
En zo terecht!
Gefeliciteerd!

Samen met vier leerlingen was ik bij jouw boekpresentatie aanwezig. Was echt een mooie middag. Jij en Rom Molemaker die hun nieuwste boek presenteerden in de Kinderboekwinkel van die lieve en enthousiaste Dorothé in Utrecht, in de aanwezigheid van jong en oud, bekenden en onbekenden, ervaren en minder ervaren lezers. Mijn leerlingen van Marokkaanse, Turkse, Surinaamse en Indonesische komaf hebben genoten. Ze herkenden zich in de personages van jouw boek Paradise now, iets wat hen niet vaak overkomt, omdat de meeste personages van Nederlandse komaf zijn.
Je vertelde toen dat dit eerst een toneelstuk was, je bent tenslotte theatermaakster, maar het idee groeide om er ook een boek van te maken. Maar van toneelstuk naar boek is niet zomaar een stap. Ik stel me zo voor dat er geschrapt en geschaafd moet worden, dat er stukken bij moeten omdat de ruimte op papier daar om vraagt. Hoe is dit in zijn werk gegaan? En wat heb jij met afkomsten? Voel jij je Nederlander? Dit was mijn zoektocht in mijn jeugd met een Indische moeder en een Zeeuwse vader. Niet alleen in mijn jeugd trouwens, ook toen ik moeder werd en mijn eerstgeborene een echte Indo is, zowel qua uiterlijk als innerlijk. De boeken van Marion Bloem hebben mij door mijn jeugd geloodst. Daar vond ik herkenning. Herkenning die ik terugzag bij mijn leerlingen toen ze jouw boek lazen.
Blijf je nu theater maken of word je schrijfster? Of blijf je Anouk en dus doen wat jij leuk vindt? Wat zijn jouw dromen? Waar word je gelukkig van (Tony Chocolonely mag je ook noemen, hoor)?
Ik kijk uit naar jouw volgende stap en hoop dat de multiculturele samenleving daarin een rol blijft spelen.

Tot horens, tot gauw, tot nader kennismakend,

Caroline

*******

Beste Caroline,

Dankjewel voor je brief. Ik weet nog heel goed dat we elkaar hebben ontmoet bij mijn boekpresentatie. Ik was zo blij dat je er was met vier van je leerlingen!
Het mooiste compliment dat ik heb gekregen over mijn boek, kwam op die dag van één van jouw leerlingen. Ze kwam na de boekpresentatie naar me toe en zei: ´Eindelijk een boek dat over mij gaat´. Dat raakte mij. Ik realiseerde mij opnieuw dat het voor mij mijn hele leven al vanzelfsprekend is dat boeken over mij gaan. Ik duik in een hoofdpersonage alsof zijn of haar huid de mijne wordt. Ik leef me in, ik leef mee, omdat de wereld van de personages overeenkomt met de mijne. Dat dat niet vanzelfsprekend is voor heel veel andere mensen, realiseerde ik me pas veel later.
Ik ben opgegroeid in een Brabants dorp, waar de enige mensen met een andere nationaliteit het gezin was van het Chinese restaurant. Toen ik in groep 7 zat, kwam er een meisje uit Iran in mijn klas. Ze was met haar familie gevlucht en kwam in ons dorp wonen. Het was Sinterklaastijd en ik vond het zielig dat ze geen cadeautjes kreeg. En ik was ook nieuwsgierig, dat geef ik toe. Ik heb mijn gezicht zwart geschminkt, aangebeld en pepernoten gebracht. Nu achteraf bedenk ik me pas hoe dat er uit moet hebben gezien!
Ik herinner mij een hartelijke ontvangst en heel veel lekker en onbekend eten. En ik leerde mijn naam schrijven in een taal die eruit zag als een tekening.

Door mijn werk bij theatergroep DeGasten in Amsterdam, ontmoet ik veel jonge mensen. Vooral ook mensen met een diverse culturele en sociale achtergrond. Ik ben nog steeds nieuwsgierig, maar ik schmink mijn gezicht niet meer zwart. Toch heb ik wel geleerd dat ik altijd iets van mezelf mee moet nemen als ik mensen ontmoet. Door ook iets van je eigen verhalen en cultuur te delen, krijg je ook verhalen terug.
Ik denk dat voor mij daar het schrijven begint. Bij een ontmoeting. Het is een soort van reizen. Voor reizen heb je een vervoermiddel nodig en een paspoort. Voor ontmoeten heb je een mooie vraag nodig en nieuwsgierigheid. Door mensen te ontmoeten, hun verhalen te horen en ze een vraag te stellen, leer ik meer van de wereld kennen. Het schrijven van een boek en het schrijven voor toneel zijn voor mij eigenlijk hetzelfde. Misschien is een boek op een bepaalde manier zelfs hetzelfde als een toneelstuk. Een verhaal ontvouwt zich voor je ogen. Alleen is een lezer in zijn eentje en moet hij of zij meer moeite doen om het verhaal te bereiken, maar als het goed is, ziet ook een lezer een verhaal zich voor zijn of haar ogen ontvouwen.

Paradise now was eerst een toneelstuk. Ik merkte dat het verhaal me niet losliet. Dat het eigenlijk een groter verhaal was dan wat ik in een theatervoorstelling kon vertellen. Mijn eerste idee was om alle veertien personages (zoveel rollen zaten er in het toneelstuk) een eigen hoofdstuk te geven. Maar ik merkte al gauw dat de lezer niet elk hoofdstuk opnieuw met een personage wil kennismaken. Van de veertien personages zijn er uiteindelijk zes overgebleven. Het personage Willem uit het boek, was in het toneelstuk nog met zijn beste vriend Toni samen. Akwasi had in het toneelstuk niet alleen een oudere broer Oringo, maar ook een jonger broertje Mosi. Andere personages worden in het boek wel genoemd, maar hebben geen sprekende rol meer.
Het andere grote verschil, was het verschil in structuur. In het toneelstuk keken de personages terug op het fatale schietincident en vroegen ze zich af wie de schuldige was en wezen ze eerst naar elkaar, maar aan het einde van het stuk ook steeds meer naar zichzelf. Het verhaal werd als het ware terug verteld. Toen ik aan het boek schreef, merkte ik al snel dat het voor een boek veel spannender was als het noodlottige schietincident nog moest gebeuren. Dat je daar langzaam naar toe bouwt en je als lezer door wil lezen omdat je steeds meer gaat vermoeden dat er iets mis zal gaan. Als je al weet wat er mis gaat, leg je het boek veel te makkelijk weg. Waarom zou je dan nog doorlezen? In het theater loopt je publiek niet zomaar weg, maar een lezer moet steeds opnieuw gemotiveerd zijn om het boek open te slaan en verder te lezen.

Doordat ik de Jonge Jury Debuutprijs won, door de reacties van jonge lezers en de opmerking van jouw leerling, voel ik me enorm uitgedaagd om opnieuw een verhaal in de vorm van een boek te vertellen. Op school moet je verplicht lezen. Dan kan ik er maar beter voor zorgen dat er wat leuks te lezen is. Dus ook verhalen van en voor lezers met een andere culturele achtergrond dan de Nederlandse. Want uiteindelijk is mijn reisbestemming: een verhaal brengen in het hoofd van een lezer of toeschouwer, zodat de wereld misschien een heel klein beetje beter te begrijpen wordt.

Hartelijke groet,

Anouk


Lees meer over Anouk Saleming.