Interviews

Elly van der Linden

01-01-2012

Elly van der Linden werkt vanuit haar Bureau Leesbevordering & Taalstimulering 0 -7 jaar als ontwikkelaar van leesbevorderingsprogramma´s en aan wat zoal met voorlezen en boeken te maken heeft. Zij ontwikkelt en geeft ook trainingen en workshops. Als ontwikkelaar van Boekenpret ontstond specialisme op het gebied van lezen met de allerjongsten: baby´s, dreumesen en peuters. Nu gebruikt zij haar expertise onder meer voor de ontwikkeling van trainingen voor BoekStart.


Wat spreekt je zo aan om te ‘lezen´ met baby´s en jonge kinderen?
‘Op de eerste plaats houd ik veel van baby´s en jonge kinderen, dat heb ik mijn hele leven al gehad. Als ik contact maak met baby´s - eigenlijk is het andersom: zij maken als eerste meestal zelf meteen contact met de persoon in hun omgeving - gebeurt er iets wezenlijks. Een baby of klein kind stelt zichzelf open en gaat direct een verbinding met je aan. Elkaar aankijken, praten, reageren op elkaar, zingen; boekjes zijn een rijk middel bij deze interactie. Ik vind het prachtig hoe baby´s boekjes met al hun zintuigen ontdekken. Het moment dat ze gaan begrijpen wat ze zien en dat gaan benoemen is indrukwekkend. Als ze iets ouder zijn ontdekken ze dat plaatjes met elkaar te maken hebben. Het gaat om veel meer dan begrip en taal. Je ziet bij zo´n kindje direct de emotionele beleving naar aanleiding van de plaatjes.´

Wat is hierbij je uitgangspunt?
‘De interactie met het kind. Hierbij is het kind leidend, de volwassene volgt. Bij een baby of dreumes stem je je af op hun initiatieven en volg je wat ze zelf doen met het boek. Je kunt hen niet sturen, jonge kinderen hebben hun eigen leeragenda, een hele andere dan jij misschien hebt. Eigenlijk ben je vooral bezig met ondersteunen, faciliteren. Leesmomenten met een baby en een dreumes kun je wel verrijken met taal en spel. Zijn ze ouder, peuter of kleuter, dan stem je je af en volg je vooral wat het boek of het verhaal met hen doet. Ook dan gaat het weer om interactie tijdens het voorlezen, waarbij je dus vooral volgend, sensitief én verrijkend bent. Daardoor wordt het lezen leuker, wat weer leidt tot leesplezier.´

Hoe pas je dat toe in je trainingen?
‘Ik werk eraan om de deelnemers dit te laten begrijpen en ik laat het hun zien met beelden. Ik benadruk steeds: een baby en een dreumes zijn de baas van het boek. Je hoeft alleen maar goed te kijken en hen te volgen. Laat je eigen plannetje van wat jij vindt dat er met het boek gedaan moet worden maar varen. Dat is voor de meesten een eyeopener. Het is mooi om te zien dat veel mensen dat eigenlijk prima aanvoelen. Door het te benoemen krijg je herkenning, er valt iets van ze af, je ziet ze bijna opgelucht denken: ik hoef niet moeilijk te doen.´

Je hebt voor BoekStart twee trainingen voor bibliothecarissen ontwikkeld: de training BoekStart voor baby´s en de training Interactief voorlezen in de kinderopvang aan 0 - 4 jarigen. Daarbij maak je veelvuldig gebruik van filmmateriaal. Wat is de waarde hiervan?
‘Beelden komen direct bij mensen binnen. Als ze goed kijken tenminste. Want goed kijken is nodig om tot meer bewustwording te komen. Daarvoor is een goede toelichting, bij soms heel korte fragmenten, heel belangrijk. Als je als trainer - dat geldt ook voor de bibliothecaris die later de training gaat geven - zelf heel betrokken bent bij het beeld en goed aanvoelt en begrijpt wat daar gebeurt, kun je de deelnemers daarin meenemen. Er komt een leerproces op gang. De beelden werken als voorbeeldgedrag, en in je toelichting verwerk je natuurlijk ook je inzichten en je kennis. Het is de kunst dat allemaal over te brengen. En dat is een kwestie van vaak doen en het vaak horen.´

Wat is belangrijk bij interactief voorlezen?
‘Je afstemming op het kind. Hoe reageert het kind tijdens het voorlezen en hoe sensitief speel jij daarop in. Het klinkt misschien raar maar het boek komt op de tweede plaats, hoewel je wel moet weten wat het boek jou doet om dat met het kind te delen. Afstemmen op het kind betekent dat je gebruik maakt van je inzicht in hoe het kind het verhaal opneemt en beleeft, wat het wel en niet begrijpt én inzicht in wat je het kind kunt bieden om het te begrijpen en te verwerken. Bij meer ervaren peuters en bij kleuters betekent afstemming ook nog dat je soms gewoon door moet lezen zonder onderbreking. Soms zitten ze zo in het boek, dat je ze zou storen. Dan kan je beter achteraf het gesprek aangaan, dat is een kwestie van aanvoelen. Dus ook hier weer: eerst het kind, dan het boek.´

Wat is voor jou een geslaagd leesmoment?
´Lachend: ‘Als de rillingen over mijn rug lopen! Als het voldoening geeft bij allebei, als ik geraakt word en dat met zijn tweeën deel. Bij lezen met een groep krijg ik dit effect bijna nooit. Leesplezier is er dan wel, het maakt iets wakker bij de kinderen, maar ingaan op individuele reacties is veel minder mogelijk. Bij zogenaamde boekvoorstellingen speelt vermaak een grote rol. Ik ben meer gericht op een directe benadering, individueel of met een klein groepje. Het een is niet beter dan het ander. Het zou fijn zijn als een kind het allebei kan meemaken.´

Wat is je ultieme tip om interactief voorlezen tot een succes te maken?
Nieuwsgierig zijn! Het is mijn ervaring dat ik het beste met een kind lees als ik simpelweg oprecht nieuwsgierig ben naar wat het boek bij het kind teweeg brengt. Dat doe ik door goed op te letten. Als ik echt graag wil weten wat er in een kind omgaat, voelt het de ruimte en de belangstelling die het krijgt en laat het zichzelf zien. Dus mijn tip is: als je nieuwsgierig bent word je verrast, je verwondering en je respect wordt gewekt. Een mooie basis voor interactie, een verrijking bij het voorlezen.´

(JvdH)