GOUDEN GRIFFEL

2007

Een kleine kans, tekst Marjolijn Hof (Querido)

Alle boeken die de Griffeljury onder ogen krijgt, bekijkt zij met evenveel belangstelling. Maar toch kunnen de leden niet ontkennen dat zij extra nieuwsgierig zijn als er een debuut op tafel komt. Zou het één van die zeldzame verrassingen zijn? Een auteur met een eigen geluid, die meteen kwaliteit aflevert? Dit jaar was het raak. De juryleden waren unaniem met stomheid geslagen. Marjolijn Hof schreef met haar romandebuut Een kleine kans een ongelofelijk intelligent en sprankelend boek, waaraan werkelijk alles klopt.
De vader van Kiek is kwijt. Middenin een oorlogsgebied is hij verdwenen en niemand kan hem vinden. Ook de hulporganisatie waarvoor hij als arts werkt niet. Kiek, thuis in Nederland, maakt zich zorgen. Ze denkt aan de verdwaalde kogels die door zo’n gebied schijnen te vliegen. ‘Ik heb er nog nooit één gezien’, zei haar vader voor zijn vertrek. Maar Kiek weet: als je er een ziet, is het te laat.
Kieks moeder probeert haar gerust te stellen. Er zijn veel meer kinderen met een lévende papa dan met een dode. Zo groot is de kans op een dode vader dus niet. Dat zet Kiek aan het denken. Ze kent inderdaad maar één jongen zonder vader. Maar, wacht eens even, ze kent helemaal níemand met een dode vader én een dode hond én een dode muis. Dat komt nog veel minder vaak voor. Er zit maar één ding op. Kiek moet zo snel mogelijk een meisje met een dode hond en een dode muis worden, om de kans dat haar vader zal sterven te minimaliseren.
Een originele vondst van Hof, deze vertederend naïeve vorm van kansberekening. Maar ze heeft het gegeven ook nog eens zeer fraai uitgewerkt tot een volkomen geloofwaardig en invoelbaar verhaal. De gekke verzinsels van Kiek horen in het rijtje dwanggedachten dat iedereen herkent: als ik binnen een minuut drie rode auto’s zie, gaat mijn spreekbeurt goed. Maar Kiek staat onder zoveel spanning dat haar gedachten extremer worden en met haar op de loop gaan. Krampachtig probeert ze het noodlot te bezweren. Ze wil het gevoel hebben dat ze controle heeft over haar vaders situatie, dat zíj de kans dat hij doodgaat kleiner kan maken.
Dat levert een tragikomisch boek op. Elk hoofdstuk ademt Kieks angst en radeloosheid, maar ondertussen lees je ook hoe ze een krankzinnig plan bedenkt om een meisje met een dode hond en een dode muis te worden. Ze besluit een mislukte muis bij de dierenwinkel te halen, eentje die uit zichzelf snel dood zal gaan. Dat lukt, maar een dode hond is een groter probleem. Haar stinkende worsthond Mona – die zowel van voren als van achteren zuchten laat – wil maar niet luisteren als Kiek haar beveelt: ‘Ga dood’. En haar laten schrikken helpt ook niet.
Gelukkig ontwikkelt Kiek zich niet echt tot een moordlustig meisje. Ze schrikt zo van haar gedachten dat ze er misselijk van wordt. Dat schuldgevoel raakt je als lezer, want tenslotte moest je net zelf ook nog gniffelen om iets wat eigenlijk heel treurig is.
Het verhaal wordt voornamelijk door middel van dialogen en gedachten verteld. Maar dat weet Hof met haar scherpe observaties en ontwapenend directe toon zó spannend te houden, dat je actie of een interessant decor geen moment mist. Haar stijl is onvoorstelbaar goed ontwikkeld. Er staat geen woord teveel in dit boek en alle woorden die erin staan, zijn trefzeker gekozen.
Marjolijn Hof is één van die zeldzame debutanten die zich kunnen meten met de grote namen uit de jeugdliteratuur. De Griffeljury geeft haar toch al spectaculaire entree in de jeugdboekenwereld graag extra glans. Een Gouden glans, welteverstaan.

De jury:
Aad Nuis (voorzitter)
Jacqueline Dulos
Bas Maliepaard
Birgitte Plasmans
Marjoleine Wolf