LEESPLUIM VAN DE MAAND

OKTOBER 2006

Ridder Florian, tekst Marjet Huiberts, illustraties Philip Hopman (Gottmer)

Heb je het over ridders dan staat je meteen het beeld voor ogen van een zwaar geharnaste onversaagde figuur die te vuur en te zwaard het onrecht bestrijdt. Dat zal dus ook wel het geval zijn bij een ridder die Florian heet, hoewel, die illustratie op het omslag… Wat de lezer die aan het boek begint dan nog niet weet, is dat Florians volledige naam Ridder Florian de Bange luidt, dat hij er allesbehalve als een stoere vent uitziet, eerder als een schattig jongetje. Maar stoer of schattig, adel verplicht en Florian komt, jong als hij is, voor hete vuren te staan. De titels van de avonturen zeggen wat dat betreft al genoeg: Roversbende, Pestkop, Draak, Toernooi, Heks en Jonkvrouw. Het zijn de klassieke thema’s in de oude ridderverhalen, maar de uitwerking is dat allesbehalve. Daar komt eerder humor dan onverschrokkenheid bij kijken. Neem bijvoorbeeld de geschiedenis met de draak die Florian geacht wordt te vangen. Hij vindt geen vuurspuwend monster maar een hoopje snikkende ellende. Want vanwege zijn afstotend uiterlijk wil niemand met hem spelen of zijn schubben strelen. Florian vermant zich en het einde van het liedje is dat de draak als huisdier het vuur in de open haard aanblaast. Zo gaat het telkens weer: het gevaar waar Florian bang voor is blijkt in de praktijk mee te vallen. Het gezegde ‘men lijdt het meest aan het lijden dat men vreest’ gaat ook voor Florian op. De gebeurtenissen worden verteld in goedlopende rijmende vierregelige strofen die zich voortreffelijk laten voorlezen. Het vleugje ironie is ook terug te vinden in de soms hilarische illustraties, zie bijvoorbeeld het koor van vierentwintig woestelingen. Vergeet niet het schutblad te bekijken, als het ware een zoekprent waarop allerlei elementen uit de verhalen zijn terug te vinden.