LEESPLUIM VAN DE MAAND

FEBRUARI 2007

Schattig, tekst Lida Dijkstra, illustraties Marije Tolman (Lemniscaat)

Je zult als jong konijn maar voortdurend te horen krijgen dat je zo schattig bent. Het overkomt Tijn en het stort hem in een identiteitscrisis. Hij besluit zich een stoer imago aan te meten: zonnebril op, breeduit lopend met de voeten een beetje naar buiten gedraaid. Als dat geen indruk maakt. En dat doet het. Hij verhoogt er zijn schattigheid mee. Nog stoerder dus. Tijn laat een ringetje in zijn oor zetten en plakt een tattoo-sticker op zijn arm. Succes, misprijzende blikken zoals van ouders die hun puberzoon gadeslaan. Hij gooit er nog een schepje bovenop en schaft zich een imponerende motor aan. Met open knalpot en balancerend op het achterwiel maakt hij de straten onveilig. Tijn heeft zijn doel bereikt, niemand vindt hem nog schattig. Als hij tegen Truuske, een schattig konijnenmeisje roept: ‘Haai bebie’, levert hem dat een verachtende blik en het predikaat ‘engerd’ op. Dat komt hard aan en Tijn weet niet hoe snel hij zich van zijn stoere spullen moet ontdoen. De afloop laat zich raden. Ze vinden elkaar schattig, gaan samenwonen en in de lente komen er konijnenkindertjes.
Is het al volop genieten van het verhaal, de illustraties vergroten het plezier. Zo’n knus konijnenhol als van Truuske en Tijn, daar zou je toch zelf wel willen wonen. En de laatste pagina, waarop hun kroost, twaalf stuks, zich uitleeft met onder meer het oneigenlijk gebruik van wc-pot en toiletpapier; puur pret. Er is zelfs plaats voor een hommage aan Dick Bruna’s oerkonijn.
Misschien bekruipt u bij het lezen ook wel de gedachte: wat schattig, het zijn net mensen, die konijnen.