LEESPLUIM VAN DE MAAND

APRIL 2007

Klipperdeklop, tekst en illustraties Nicola Smee (Gottmer)

Als je met baby’s of peuters versjes en liedjes speelt met sterke ritmische herhalingseffecten, ‘Hop hop paardje’ bijvoorbeeld, kan het er niet wild genoeg aan toegaan en beleven ze eindeloos plezier aan ‘nog een keer’. En dan is er ineens een prentenboek dat daar helemaal op inspeelt: Klipperdeklop. Meneer Paard wil een ritje gaan maken en nodigt Poes uit om op zijn rug mee te rijden. Klip-klop, klipperdeklop... Rustig stapt Paard voort en als Hond vraagt of hij er ook bij mag, is het antwoord: ‘Hopla, spring er maar op’. Even later voegen Big en Eend zich bij het gezelschap en met de vier dieren op zijn rug gaat de rit verder: Klip-klop, klipperdeklop. Dan vragen de vier dieren of het niet wat sneller kan. Geen enkel bezwaar, als ze zich maar goed vasthouden. Meneer Paard zet zich in gestrekte draf en sneller, sneller, steeds sneller gaat het. Poes, Hond, Big en Eend genieten volop, maar op een gegeven ogenblik dreigen ze van de rug af te vallen. ‘Stop’, gillen ze. Meneer Paard maakt een noodstop en de dieren vliegen in een sierlijke boog over zijn hoofd en landen in een hooiberg. ‘Nog een keer’, roepen ze en daar gaan ze weer op de rug van Meneer Paard, Klip-klop, klipperdeklop.
De forse ingekleurde tekeningen trekken terecht alle aandacht naar zich toe. Daarnaast werkt de typografie een stevig woordje mee om de tekst kracht bij te zetten. Hoe spannender het wordt, hoe krachtiger het lettertype. Dan zijn er ook nog de herhalingen, eenvoudig van tekst en dus heel gauw op te pakken door de kleintjes. En wat is er leuker dan al een beetje meelezen.