LEESPLUIM VAN DE MAAND

MEI 2007

Broertje te koop, tekst Marian de Smet, illustraties Marja Meijer (Clavis)

Loes is kwaad, daar laat de eerste illustratie meteen al geen twijfel over bestaan. Boze blik, armen voor de borst gevouwen en op de grond de oorzaak van haar boosheid: ‘een monstertje. Een mini-monstertje’. Wie of wat dat wel mag zijn? Haar broertje, ooit klein en lief, maar nu... Alles wat Loes met zorg maakt, bedenkt of doet, weet hij in de kortste keren te bederven. In het bad moet ze ook nog altijd op het dopje zitten – en dat prikt in haar billen. Mama mag dan wel zeggen dat hij nog zo klein is, maar voor Loes is de maat vol. Kordate oplossing: ze plakt broertje vol postzegels en wil hem op de post doen. Maar broertjes passen niet in de brievenbus, zelfs al zijn ze voldoende gefrankeerd. Hem in de vuilnisbak stoppen, blijkt ook niet te werken, dus zet ze broertje maar te koop op de stoep. Gelukkig is er buurjongen Bram die graag een broertje wil. Voor Loes lijkt nu een paradijselijke tijd aan te breken. Alles wat ze leuk vindt, kan ze ongestoord doen. Maar ’s avonds in het bad broertjes rug en haartjes wassen, samen in de grote handdoek, dat is er niet meer bij. En ook geen kusjes meer. Nu is het Bram die daarvan geniet. Loes bedenkt zich geen ogenblik en haalt haar broertje terug. Hij mag dan een minimonstertje zijn, maar dan wel haar eigen minimonstertje.
Herkenbaar kinderlief en -leed is hier op een plezierige manier uitvergroot. De ergernis tussen de twee kinderen is heel reel, maar de lezertjes zullen ongetwijfeld het hilarische van de maatregelen van Loes onderkennen. De wisselende emoties zijn in de grote, stevige illustraties goed weergegeven met de aanstekelijke vrolijkheid van broertje voortdurend op de achtergrond. Een verhaal met humor en volop aangrijpingspunten om met kleuters in gesprek te gaan. Over de omgang van broertjes en zusjes met elkaar bijvoorbeeld. Of over wat in het verhaal wl, maar in het echt niet kan.