LEESPLUIM VAN DE MAAND

DECEMBER 2007

Mijn trui, tekst en illustraties Audrey Poussier (Van Goor)

Zelfs peuters hebben vaak al een uitgesproken mening over bepaalde kledingstukken: te klein, verkeerde kleur, te warm of, het ergst van al, het kriebelt. O, die ellendige kriebeltrui, een trui zoals die aan het begin van dit verhaal staat; die prikt, te klein en stom is. Dikke tranen van ellende bij de drager ervan, een jong haasje. Maar dan komt er een muis aan en die vindt het juist een leuke trui en wil hem wel eens aan. Veel te ruim natuurlijk. De kip ziet er een mooie jurk in. Weer wisselt het kledingstuk van drager. Maar het past de kip van geen kanten. Het schaapje ziet er een leuk hemdje in, maar krijgt het niet over zijn kop. Vandaar dat de ezel roept: ‘H, een muts!’ En zo verhuist de trui van het ene dier naar het andere, telkens verandert hij van naam en wekt steeds meer de lachlust van de dieren op. Met het plezier van de dieren stijgt echter de boosheid van het haasje. Het is tenslotte zjn trui en hij kan het niet verdragen dat de anderen er zo respectloos mee omgaan. Als dan de olifant zich aan de trui vergrijpt, is de maat vol en het haasje laat een krachtig ‘Hou op!’ horen. Om vervolgens zijn eigen trui weer aan te trekken, die intussen danig uitgerekt is. Tevreden loopt hij in zijn slobberige trui weg, de andere dieren verbluft achterlatend.
Uit het leven gegrepen en op vermakelijke wijze in woord en beeld verteld. De dieren zijn raak getypeerd en hun collectieve hilariteit staat haaks op de stijgende verontwaardiging. Opmerkelijk is het ontbreken van enige achtergrond in de illustraties, zodat alle aandacht geconcentreerd wordt op de trui en de dieren met hun emoties.
Een robuust kartonnen boek – met veilig afgeronde hoeken – dat tegen vele malen lezen bestand is. Voor alle peuters met kriebeltruien.