LEESPLUIM VAN DE MAAND

APRIL 2008

En muisje kan geen optocht zijn, tekst Lida Dijkstra en illustraties Nolle Smit (Gottmer)

Het zijn altijd weer de grote mensen die het plezier bederven. Willemijn heeft zich al helemaal ingeleefd om met haar poes op de step een optocht te zijn als mama de ontnuchterende woorden spreekt: “Nee, Willemijn, n muisje kan geen optocht zijn.” Voor Willemijn is meteen alle aardigheid eraf en verdrietig stept ze dan maar een blokje om. Zo verdrietig dat ze niet ziet wat er inmiddels om haar heen gebeurt. Blind voor de twee hazen op een tandem die achter haar aan fietsen, de doedelzak spelende drie ganzen die daarbij aansluiten, de vier biggetjes, de vijf kangoeroes, de zes struisvogels, de zeven chimpansees, de acht panda’s, de negen vlinders, de tien kippen en, als sluitstuk, een groengespikkeld wangedrocht. Zonder dat Willemijn er iets van heeft gemerkt is er een heuse optocht ontstaan. Als ze dan thuiskomt en tegen haar moeder klaagt dat ze zich verveeld heeft en toch liever een optocht wou zijn – alle dieren staan inmiddels in de tuin – lijkt het wel of ze nog steeds niets in de gaten heeft. De optocht hebben we al kijkend en lezend langzaam zien ontstaan: een feestelijk getekende menagerie, rijkelijk voorzien van bloemen en begeleid door vierregelige versjes. Aan het eind van het verhaal zien we op een uitklappagina alle deelnemers bijeen, een feestelijke groepsfoto. Tegelijkertijd is het prentenboek ook nog een onnadrukkelijk en speels telboek waarbij de cijfers op uiteenlopende manieren in de illustraties zijn opgenomen. Is het niet heerlijk om als lezer in de gaten te hebben wat Willemijn ontgaat?