LEESPLUIM VAN DE MAAND

JULI 2008

Pissebed Fred, tekst Imme Dros, illustraties Harrie Geelen (Querido)

Kinderen die een poes, hond, cavia of konijn als huisdier hebben – of willen hebben – daar is niets opzienbarends aan. Maar een jongetje van vier met een pissebed als huisdier, da’s een ander verhaal. Bas kent de afwijzende antwoorden van zijn moeder als hij zijn huisdierwensen kenbaar maakt. Als hij zijn oma, bij wie hij logeert en die een huis met een tuin heeft, vraagt waarom zij geen huisdier heeft is het ontnuchterende antwoord dat ze niet aan huis gebonden wil zijn. Oma houdt van reizen. Bas mag wel in de tuin werken en daar vindt hij een pissebed; net een ridder met een harnas. Hij is meteen verliefd op het diertje van nog geen twee centimeter. Hij voert er hele gesprekken mee, richt een schoenendoos als onderkomen in en sjouwt Fred, zoals hij zijn huisdier inmiddels genoemd heeft, overal mee naartoe en laat hem de wereld zien. Dan komt het moment dat Bas weer naar huis moet en oma beslist dat Fred niet mee kan. Schreeuwend en stampvoetend staan ze tegenover elkaar zodat zelfs de buurvrouwen ervan opkijken. Uiteindelijk weet oma Bas ervan te overtuigen dat Fred op een flat in de stad geen leven heeft. Bas kan altijd komen logeren om zijn Fred te ontmoeten. Na een paar dagen bezorgt de postbode een kaart voor Bas, van ‘je huisdier, Pissebed Fred’. Een dankbaar onderwerp op een wel heel originele manier uitgewerkt. Trefzeker staat de onbevangen kinderlijke logica van Bas tegenover de zakelijke redeneringen van de volwassenen. Vertederend zijn de tekeningen, vooral waar ze de omgang van Bas met zijn huisdier weergeven. Een heerlijk, hartverwarmend prentenboek.