LEESPLUIM VAN DE MAAND

OKTOBER 2008

Schatje en Scheetje, tekst Elle van Lieshout en Erik van Os, illustraties Mies van Hout (Lemniscaat)

Als dat geen ware liefde is: n paar sokken met z’n tween delen, ieder een sok. Zo zitten Schatje en Scheetje in boevenpak achter de tralies, maar ze maken niet de indruk ongelukkig te zijn, want ze hadden elkaars hart gestolen (en een paar blauwe sokken bij de sokkensuper, vandaar hun straf). Maar al vind je elkaar nog zo aardig, een cel blijft een cel, met kale, grauwe muren en geen uitzicht. Dat zou anders moeten zijn en onmiddellijk is Scheetje bereid daar iets aan te doen en aangezien hij zo mager is als een stopnaald kan hij tussen de tralies door de vrije wereld in, om even later terug te keren met een prachtig zon- en zeezicht dat precies op de celmuur past. En zo gaat hij er elke dag op uit en langzaam aan verandert de cel in een paradijsje. Maar ook aan een celstraf komt ooit een einde en op een goede dag – voor Schatje en Scheetje een kwade dag – worden ze vrijgelaten en staan ze buiten in de stromende regen: weg paradijsje. De oplossing ligt voor de hand: weer een paar sokken stelen. En ja hoor, even later zitten ze weer in hun oude vertrouwde cel. Een heerlijk dwaas verhaal.
Dat begint al met de namen van het tweetal: Schatje en Scheetje. Daar kun je al lekker om gniffelen. En het wordt nog eens zo dwaas door de illustraties van Mies van Hout. Schatje wordt geportretteerd als een gezellige mollige vrouw, het totale tegendeel van Scheetje, een lange dunne man met een kaal hoofd, die op ingenieuze wijze de buitenwereld in de cel weet te brengen. Dan zijn er nog twee muizen en een schilderend konijn die door het verhaal heenlopen. En in de sokkensuper, waar de diefstal plaatsvindt, zit een oud besje te breien aan een sok waar geen eind aan komt. Schatje en Scheetje begonnen het verhaal met elk n blauwe sok, aan het eind hebben ze allebei een blauwe n een rose.
Warme voeten, liefde voor elkaar en een beetje fantasie maken dat het leven de moeite waard is.