LEESPLUIM VAN DE MAAND

NOVEMBER 2008

Kiekeboe, tekst Chih-Yuan Chen (De Fontein)

Een zwanenei uitgebroed in een eendennest en hoe het toch allemaal goed komt. Andersen vertelt erover in Het lelijke jonge eendje. Maar een krokodillenei in dat eendennest, hoe moet dat aflopen? Voor moeder eend zijn alle kinderen haar even lief, de drie eendenkuikens en Kiekeboe, de jonge krokodil. De problemen komen van buitenaf als drie grote krokodillen het rustige leventje komen verstoren. Ze weten Kiekeboe ervan te overtuigen dat hij ook een krokodil is en dus moet zorgen dat ze de eenden als malse buit kunnen verschalken. Kiekeboe komt in gewetensnood. Is hij net zo slecht als die gemene krokodillen, moet hij zijn eendenfamilie verraden? Om dat te voorkomen, bedenkt hij een slim plan: de volgende dag, als de drie krokodillen liggen te wachten op hun buit, komt Kiekeboe met de eenden aangelopen. Drie grote krokodillenbekken sperren zich gulzig open en... worden getrakteerd op een regen van grote stenen waarop ze hun tanden kapot bijten.
Inderdaad, een vleugje Andersen en een snufje Roodkapje, maar de kern van het verhaal is wel een heel andere. Kiekeboe komt voor een afschuwelijk dilemma te staan, aan wie moet hij loyaal zijn. Hij mag er dan van overtuigd zijn geraakt dat hij geen echte eend is, een slechte krokodil is hij zeker niet. In de illustraties komt het verschil tussen het vredige eendenbestaan en de onheilspellende grimmigheid van de krokodillen scherp tot uiting in het kleurgebruik. En let ook eens op het woordgebruik als de krokodillen op Kiekeboe inpraten, de valsigheid spat eraf.
Kiekeboe mag dan aan het twijfelen zijn gebracht, uiteindelijk zegt zijn geweten hem wat hij moet doen.