LEESPLUIM VAN DE MAAND

JUNI 2009

Konijn uit de hoed, tekst en illustraties Annette LeBlanc Cate, vertaling Annelies Jorna (Van Goor)

Een al wat oudere stadsbuurt: wat woonhuizen, een paar winkels, een statig herenhuis dat betere tijden heeft gekend, achter het verlichte zolderraam het silhouet van iemand met een hoge hoed, op de achtergrond de hoogbouw van de grote stad. Tot zover de titelpagina. Dan begint het verhaal, op de zolderkamer, achter het verlichte raam. Daar wonen Rob en Kootje, een jongeman en een konijn. Rob is goochelaar, met hoge hoed, en Kootje is onderdeel van de voorstellingen die op straat plaatsvinden. Tijdens zo’n voorstelling gebeurt er een ongelukje: een evenwichtskunstenaar met hondje botst tegen de goochelaar op, het konijn valt uit de hoge hoed, het hondje gaat het konijn achterna en in een oogwenk zijn beide dieren in de drukte verdwenen. Kootje slaagt erin zijn belager af te schudden, maar hij is wel de weg kwijt. Het wordt avond en nog steeds heeft Kootje zijn goochelaar niet teruggevonden. Tot hij de toversterretjes ziet die altijd met het konijn uit de hoge hoed komen. Kootje volgt het spoor en op een verrassende manier vindt hij Rob terug.
Tot zover het verhaal. Maar dan is er nog niets gezegd over de illustraties en die zijn voor een prentenboek toch wel bijzonder, zwart-wit. Somber? Saai? Als je het boek uit hebt kom je tot de ontdekking dat je de kleuren waaraan we zo gewend zijn helemaal niet gemist hebt. Integendeel, het lijkt wel of de tekeningen een grote intensiteit bezitten. De summiere gele accenten die hier en daar in het boek voorkomen – de toversterretjes, het verlichte zolderraam – versterken het effect van de zwart-wittekeningen. Soms kost het moeite je van een tekening los te maken, zoveel valt erop te zien.
En vergeet niet het omslag te voelen. Rob heeft echte gouden toversterretjes uit zijn hoge hoed getoverd.