LEESPLUIM VAN DE MAAND

DECEMBER 2009

Wie knipt de tenen van de reus?, samengesteld door Jan Smeekens, illustraties Ingrid Godon, Kristien Aertssen en Sylvia Weve (Davidsfonds/Infodok)

Wie knipt de tenen van de reus? Nu de vraag eenmaal gesteld is wilt u natuurlijk ook het antwoord weten. Ik kan nu wel zeggen dat het op bladzijde zoveel te vinden is maar dan ontneem ik u het plezier onbekommerd in het boek rond te bladeren en u te laten verrassen door onverwachte taalpareltjes. De ondertitel van deze bloemlezing luidt: ‘versjesgroeiboek voor kleuters’ en die maakt het boek helemaal waar. Zo’n honderdtwintig gedichtjes, versjes zo u wilt, geschreven door dichters die er toe doen en afgestemd op kleuters. ’n Paar namen om u een indruk te geven: Lea Smulders, Miep Diekmann, Ienne Biemans, Ivo de Wijs, Hans en Monique Hagen, Edward van de Vendel en, uiteraard, Annie M.G. Schmidt. De term ‘groeiboek’ heeft te maken met de wijze waarop de samensteller Jan Smeekens de bloemlezing heeft opgezet. Hij begint met gedichtjes voor de allerkleinsten (tot 3 jaar), vervolgens voor kleuters van 4 tot 5 jaar om te besluiten met een afdeling voor 5- en 6-jarigen. Terecht merkt hij op dat die indeling niet méér is dan een leidraad, zeker geen dwingend keurslijf. Zelfs een vluchtige blik op de gedichtjes maakt duidelijk dat ze gekozen zijn op taalplezier en emotionele herkenbaarheid. Als voorproefje zomaar wat zinnetjes, her en der bijeengesprokkeld:
van je mie, van je ma,/van je muis piep piep
flapperhandjes, wapperhandjes/aai- en zwaai- en zwabberhandjes
Kijk eens hoe ik rondjes rij,/ kijk nou eens naar mij!
Wie ligt daar zo warm/ op moeders arm?
‘Kwek’, zegt de muis/ of is het miauw?
Mijn moeder wast mijn kont. /Dat is toch niet gezond?
En dan zijn er de illustraties van Ingrid Godon, Kristien Aertssen en Sylvia Weve die er nog een vrolijk schepje bovenop doen.