LEESPLUIM VAN DE MAAND

OKTOBER 2010

De paraplu, tekst en illustraties Ingrid en Dieter Schubert (Lemniscaat)

Vrij als een vogel door de lucht kunnen zweven, wie zou dat niet willen? In De paraplu overkomt het een zwart hondje. Het begint meteen op het schutblad, daarop staat een rode paraplu tegen een boom geleund. Een zwart hondje loopt er nieuwsgierig op af, een zwart-wit poesje kijkt op een afstandje toe. Vervolgens de titelpagina en daar zien we het hondje aan de uitgeklapte paraplu hangen en onverbiddelijk worden meegevoerd door de wind, het luchtruim in. Op de begane grond het huis, de straat met een paar brandende lantarens en het poesje dat de luchtreiziger nastaart, die tussen een werveling van herfstbladeren het avontuur tegemoet zweeft. Een avontuur dat eindigt op het schutblad achter in het boek. De situatie is vrijwel gelijk aan die van het begin, alleen is het nu de poes die bij de paraplu staat. Het hondje loopt het verhaal uit. Zijn reis zit erop, een reis tot boven de wolken – en hondjes met een rode paraplu kunnen op de wolken lopen –, in de savanne tussen olifanten en krokodillen, met de paraplu als bootje op enorme golven, ja, zelfs onder water, waar de wonderlijkste vissen zwemmen, in de jungle, beschoten door een regen van pijlen – één zal er tot het eind toe in de paraplu blijven steken – in sneeuw en ijs van de poolstreken, tussen een vlucht trekvogels. Het zijn vooral de landschappen die het beeld van deze reis bepalen.
Ten slotte de veilige terugkeer in de vertrouwde omgeving van huis, straat met lantarens en de poes die kennelijk al die tijd op hetzelfde plekje heeft zitten wachten.
De illustraties, allemaal over twee pagina’s, zijn uitgevoerd in milde kleuren en vertellen niet alleen het woordloze verhaal, maar geven de kijker ook volop gelegenheid om op reis te gaan en een eigen avontuur te beleven. Als u dus ergens een rode paraplu tegen een boom ziet staan…