LEESPLUIM VAN DE MAAND

OKTOBER 2011

Hop, hop, paardje, tekst Truusje Vrooland-Löb en illustraties Ceseli Josephus Jitta (Ploegsma)

Vakliteratuur voor ouders (en grootouders), zo zou je dit boekje kunnen bestempelen. Vakliteratuur, klinkt dat niet te zwaarwichtig als je naar de titel kijkt? Hop, hop, paardje, dat moet toch wel iets zijn met versjes voor jonge kinderen van wie de leeftijd eerder in maanden dan in jaren wordt gerekend? Inderdaad, het gaat om een verzameling versjes die je voor een baby opzegt of zingt – maar die ook in de peuter- en kleuterperiode nog goed van pas komen. Maar dit boekje doet meer, de vierenzeventig versjes zijn onderverdeeld in zeven categorieën die al iets zeggen over de gebruiksmogelijkheden: ‘Schootliedjes’, ‘Zingen met je handen’, ‘Op de grond’, ‘Liedjes over het kinderlijfje’, ‘Eten’, ‘In het (zwem)badje’ en ‘Wiegeliedjes en versjes voor het slapengaan’. Bovendien geeft de samenstelster een verhelderende inleiding over het hoe en waarom van deze kinderversjes en voorziet ze elke categorie van een korte, inspirerende toelichting. En ter completering is bij elk versje een praktische suggestie opgenomen die naadloos aansluit op de inhoud ervan. Dit alles draagt op bescheiden wijze bij aan de ontwikkeling van taal, ritme, muzikaliteit. Het kind leert zijn eigen lichaam ontdekken en benoemen. Vandaar: vakliteratuur, die bovendien aantrekkelijk wordt gemaakt door tal van vrolijke, kleurige illustraties. Veel van de versjes zijn van generatie op generatie overgeleverd en maken deel uit van ons cultuurgoed, maar er zijn er ook van bijvoorbeeld Paul van Ostaijen, Miep Diekmann, Herman Broekhuizen. Het enige wat u te doen staat, is een keuze maken uit deze gevarieerde verzameling en de versjes zingen of opzeggen en ze herhalen, vele, vele malen, zodat ze als het ware eigendom van het kind worden. Daardoor ‘lever je niet alleen een extra bijdrage aan de ontwikkeling van je kindje,’ zoals Truusje Vrooland- Löb in haar inleiding schrijft, ‘maar bouw je ook aan iets heel bijzonders tussen je kindje en jezelf.’