LEESPLUIM VAN DE MAAND

NOVEMBER 2011

Kleine Ezel en Sinterklaas, tekst Rindert Kromhout en illustraties Annemarie van Haeringen (Leopold)

Als het verhaal begint, zien we mamma Ezel, Kleine Ezel, Jakkie en Kleine Ibis bij elkaar zitten. Het ‘vol verwachting klopt ons hart’ straalt van de illustratie af. Ze wachten op de komst van Sinterklaas, maar als die dan eindelijk binnenkomt, is het meteen duidelijk dat het Bok en Cavia zijn die zich verkleed hebben. Even later zijn het Das en Feestvarken die door de mand vallen. De hulpsinterklazen en -pieten zijn teleurgesteld dat hun optreden mislukt is.
Kleine Ezel vraagt zich af of de echte Sint wel tijd heeft om te komen, hij moet immers zoveel bezoeken afleggen. Dan neemt mamma Ezel haar zoontje, Jakkie en Kleine Ibis mee en even later komen die als Sint en Pieten de kamer binnen. Eindelijk de échte Sint, roepen de anderen. Maar, waar zijn de cadeautjes? Op dat moment roept een zware stem vanuit de tuin: ‘Woont hier een lief klein ezeltje?’ Als ze de deur openen staat er op de stoep een grote gevulde zak. En wie verdwijnt daar in de verte?
In het korte bestek van het verhaal spelen spanning en verwachting een belangrijke rol, maar vooral het plezier van de verkleedpartijen. Kinderen vinden het heerlijk om, al is het maar met een Zwarte Piet-baret en een paar zwarte vegen op hun gezicht aan het Sinterklaasfeest deel te nemen. Kenmerkend voor de illustraties is de warmte en geborgenheid die ervan uitgaat. Ze vormen met het verhaal een perfecte eenheid en sluiten naadloos aan bij de belevingswereld van de kinderen in deze verwachtingsvolle dagen.
Aan het slot een feestelijke apotheose: mamma Ezel omringd door drie Sinterklazen en vier Zwarte Pieten temidden van een grote hoeveelheid pakpapier. Inderdaad, ‘een fijne pakjesavond’. En een verrukkelijk boekje dat er volledig in geslaagd is het bijzondere van het Sinterklaasfeest voelbaar te maken. Niet alleen voor Kleine Ezel maar voor allen, jong en oud, die in de magie van Sinterklaas geloven.