LEESPLUIM VAN DE MAAND

DECEMBER 2012

Aap en mol bouwen een hut, tekst en illustraties Emiri Hayashi (Clavis)

Donker, duister, nacht, zwart, woorden die een sfeer op roepen waarbij een kind zich niet op zijn gemak voelt. Zelfs een donkere plek in een verlichte ruimte kan al bedreigend overkomen. Denk maar aan het donker onder het bed. Er zullen maar weinig kinderen zijn die het donker juichend tegemoet treden. We zouden eens moeten inventariseren welke hulpmiddelen ouders gebruiken om de verschrikkingen van het donker te bezweren.
Misschien komt dit boek wel op het lijstje te staan. Het gaat immers uit van de gedachte dat kinderen zich veilig en geborgen voelen als er iets vertrouwds in hun omgeving is. Een knuffel bijvoorbeeld of een nachtlampje. Of, zoals in dit boek, een zwart poesje dat je meeneemt in het donker en je allerlei lichtjes laat zien. Met zijn grote ogen kijkt het je van het omslag indringend aan. Bovendien kun je het voelen, tot de snorharen toe. Het poesje loopt door heel het boek mee. Op elke bladzijde is het aanwezig. Soms bijna onzichtbaar in het donker van de illustratie, maar altijd voelbaar.
Op die wandeling door het donker merk je dat er eigenlijk heel veel lichtjes zijn: de maan, de ogen van de poes, de verlichte ramen, de koplampen van de auto’s, de vuurvliegjes en duizenden sterren.
In zekere zin is het boek ook een soort telboek, van één maan tot vijf vuurvliegjes.
De illustraties in zwart, grijs en zilver met daarin de roze lichtjes werken heel suggestief en roepen een sfeer op die nog wordt versterkt door de steeds terugkerende zin: ‘Wat is het mooi donker…’ Op de laatste bladzijde de laatste bladzijde staat de lezer/kijker/voeler nog een verrassing te wachten.