Interviews

Buddy Tegenbosch

01-01-2016

Zijn tweede boek, Oog om oog, schreef Buddy Tegenbosch in cafés over de hele wereld. Bea Ros praat met hem over het studentenleven, jongensboeken en natuurlijk die cafés.



Oog om oog gaat over pesten. Heb je dat thema bewust gekozen?
Nou, ik vind het wel een belangrijk thema, maar ik wil vooral een verhaal vertellen, geen boodschap uitdragen. In het hele boek komt het woord ‘pesten´ één keer voor en het woord ‘wraak´ helemaal niet. Ik heb ze met opzet vermeden. Het zijn woorden die we te snel in de mond nemen en die daardoor hun lading verliezen, net zoals ‘respect´ of ‘normen en waarden´. Ik hoop wel dat door mijn boek de impact van pesten een beetje blijft plakken.

Je hoofdpersoon Jaap-Jan gaat studeren en je beschrijft uitgebreid het studentenleven. Is dat uit je eigen leven gegrepen?
Niet helemaal, maar wel dat gevoel van een nieuwe start. Ik herinner me nog dat het best spannend is om te gaan studeren. Je komt in een nieuwe omgeving terecht en daarin moet je je plekje zien te vinden. Voor Jaap-Jan is dat cruciaal: hij heeft zich voorgenomen dat het dit keer wel goed gaat. Zo´n nieuwe start is voor een schrijver een mooi thema. Je dacht dat je alles wist op je 16e. 17e, zo van: je hoeft mij echt niets meer te vertellen. Maar als student kom je nog maar net kijken.

Jaap-Jan komt in een uitzonderlijk studentenhuis terecht, met kleurrijke huisgenoten. Waarom heb je daarvoor gekozen?
Ik probeer in mijn boeken een mini-samenleving te creëren die lijkt op de werkelijkheid, maar daarbinnen dan een uitzonderlijk hoekje te zoeken. Ik zorg ervoor dat mijn hoofdpersoon herkenbaar blijft voor de lezer, maar met bijpersonages en locaties zoek ik graag het randje op. Ik vind het leuk om interessante en extravagante personages als Scrabble en Antoine te kiezen.

Bedenk je dat allemaal van tevoren?
Nee, het is niet zo dat ik rondwandel en ingevingen krijg. Bij mij werkt het alleen als ik ga zitten en uren ga schrijven. Daar gebeurt het. Het enige dat ik in mijn hoofd had was dat mijn hoofdpersoon wordt geconfronteerd met iets uit zijn verleden.

Begin je gewoon bij hoofdstuk 1 en dan door naar het eind of schuif je later stukken in de goede volgorde?
Dat eerste. Hoewel mijn aanvankelijke begin uiteindelijk halverwege het boek terecht is gekomen. Maar de rest heb ik inderdaad van begin tot eind geschreven. En daarin ben ik heel streng voor mezelf: ik kan niet doorschrijven als ik het vorige nog niet goed genoeg vind. Ik ben eindeloos aan het herschrijven en schaven met een hoofdstuk en pas dan kan ik weer verder.

Heb je bepaalde schrijfrituelen?
Zo min mogelijk. Hoe meer rituelen je hebt, hoe minder je aan schrijven toe komt. Maar ik heb dit boek wel voornamelijk in het buitenland geschreven. Ik ben piloot en heb op bestemming geschreven, in mijn hotelkamer, maar nog liever en vaker in een koffietentje. In Nederland ga ik ook vaak naar een café om te schrijven. Thuis zijn er te veel dingen die me afleiden.

Je komt als schrijver ook regelmatig op scholen. Wat hoor je terug van jongeren?
Ik merk dat mijn boeken aanslaan bij jongens, ook bij jongens die niet zo graag lezen. Dat vind ik mooi, want er zijn niet zoveel boeken voor jongens.

Waar vallen jongens voor volgens jou?
Natuurlijk moet de hoofdpersoon een jongen zijn. En het verhaal moet realistisch, niet al te romantisch en spannend zijn. In het boek moet duidelijk worden hoe jongens naar het leven kijken, wat hun angsten en ideeën zijn.

Hoe heb jij gezorgd voor spanning in je verhaal?
Door heden en verleden af te wisselen. Het heden gaat over de studententijd van Jaap-Jan, maar ik laat de lezer weten dat er in het verleden iets ergs is gebeurd. Ik wissel het heden af met flashbacks waarin ik informatie geef over vroeger. Dat is gewaagd, want daardoor haal je de lezer even weg uit het verhaal. Om te zorgen dat ik ze niet kwijt raak, heb ik van die flashbacks heel korte en heftige stukjes gemaakt. En ik zorgde ervoor dat het heden telkens op een spannend moment eindigde.

Je begin vond ik ook spannend.
Ja, ik vind het altijd leuk om de lezer op het verkeerde been te zetten. Ik vertel het verhaal vanuit mijn hoofdpersoon, maar dat is niet de waarheid, maar zijn waarheid. Dat de lezer langzaam laten ontdekken, dat vind ik het leuke van schrijven.

2016 is het Jaar van het Boek. Wat betekenen boeken voor jou?
Een boek is voor mij: rust, even echt weg zijn, ontspanning. Maar uiteindelijk betekent het voor mij vooral: schrijven. Schrijven is het allereerste in het leven dat echt uit mezelf komt, dat me niet is ingefluisterd door anderen. Het past helemaal bij me. Er is op al die mooie plaatsen waar ik als piloot kom, genoeg te doen. Maar toch ben ik het meest gelukkig als ik met mijn laptop in een café kan zitten schrijven. Iets uit niets te scheppen, dat is het mooiste wat er is.

Lees hier meer over Buddy en zijn boeken.