Interviews

Interview: Dirk Bracke

01-10-2016

Zijn nieuwe boek De martelaar was actueler dan Dirk Bracke had willen dromen, vertelt hij aan Bea Ros. Een verhaal over terrorisme en vluchtelingen.



Foto: Marco Mertens
Uw boek is een vervolg op De bruid. Was dat vanaf het begin al uw plan?
Nee, helemaal niet! Ik weet nog dat scholieren me vroegen om een vervolg op dat boek en dat ik zei: nee, reken daar maar niet op. Het beste zit altijd in je eerste boek, een vervolg is meestal zwakker. Maar toen hoorde ik Frédéric van Leeuw, federaal procureur die belast is met de aanpak en bestrijding van terrorisme in België, op tv vertellen over de twee terroristen die in Verviers waren doodgeschoten. Toen bedacht ik: als ik nu eens andere personages neem en iemand uit Syrië laat komen om hier een aanslag te plegen? Zo is het gegaan.

En toen bent u met meneer Van Leeuw gaan praten?
Ja, ik had al eerder met hem samengewerkt voor mijn boek Black en Back. Hij mocht me niet alles vertellen wat hij door zijn werk weet over terroristen, maar door hem heb ik wel een beter beeld gekregen. Hij vertelde me bijvoorbeeld dat sommige terroristen om minder op te vallen meetrekken met vluchtelingenstromen. Het is voor hen de ideale manier om zonder paspoortcontroles in het westen te geraken. Dat zou ik zelf nooit hebben kunnen verzinnen! Maar dat is wat ik mijn hoofdpersoon Yassine laat doen.

Uw boek De martelaar verscheen twee maanden na de aanslagen in Brussel. Superactueel!
Ik was al voor de aanslagen in Parijs en Brussel begonnen met schrijven. Op 22 maart 2016 was ik mijn laatste hoofdstuk aan het tikken, waarin Yassine de aanslag in een winkelcentrum in Brussel pleegt, toen ik op de radio hoorde over de aanslagen in Brussel. Heel vreemd dat iets wat je aan het schrijven bent opeens realiteit wordt. Zelden is een boek van mij zo dicht bij de realiteit gekomen. Ik heb nog even getwijfeld of ik mijn aanslagen bij het Atomium en Manneke Pis zou verplaatsen naar Zaventem en Maalbeek, maar dat heb ik toch maar niet gedaan.

Yassine is een terrorist. Was het niet moeilijk om zo´n hoofdpersoon te beschrijven?
Het lastige is: vanuit zijn standpunt gaat hij niet iets slechts doen. Het is voor hem juist een heldhaftige daad.

Hij is een beetje dubbel. Soms denkt hij als een terrorist en dan weer helpt hij mensen.
Hij is natuurlijk verkeerd geprogrammeerd en gehersenspoeld door IS. Maar ik wilde geen zwart-witfiguur van hem maken, hem niet tot een symbool van het kwade maken. Op sommige momenten moet hij snel een keuze maken en dan kiest hij intuïtief om mensen, vaak kinderen, te helpen. Hij springt bijvoorbeeld een meisje dat in zee gevallen is achterna. Hij denkt dan niet als terrorist, maar als mens. Als hij meer tijd had gehad om na te denken had hij misschien bedacht dat hij maar beter niet de aandacht op zichzelf zou kunnen vestigen. Maar hij is ook een terrorist die in naam van Allah een aanslag wil plegen. En ook nog eens een puber met seksuele fantasieën en dus droomt hij erover hoe die 72 maagden die hem in het paradijs ten deel zullen vallen, eruit zullen zien. Nu we het er zo over hebben vraag ik me wel af of ik Yassine niet te veel heb beschreven als iemand die men sympathiek gaat vinden. Dat de lezer gaat denken: ja, vanuit zijn standpunt is het logisch dat hij die aanslag gaat plegen. Dat is beslist niet mijn bedoeling.

Hoe hebt u zich een beeld kunnen vormen van hoe een terrorist denkt?
Behalve met Frederik heb ik met veel andere mensen gepraat en dingen opgezocht op internet. Zo kwam ik te weten hoe ze verleid en gehersenspoeld worden. Ik zag een documentaire over het gebruik van seksslavinnen bij IS. In mijn boek heeft Yassine seks met een ongelovig meisje. Hij vindt dat hij daar recht op heeft omdat hij een martelaar wordt. Van journalist Jens Franssen hoorde ik dat IS-strijders in Raqqa met opzet verspreid over de huizen wonen, ze gebruiken de inwoners als schild. Frederik vertelde me dat IS-mensen voor hun communicatie Playstation of gevechtsspelletjes gebruiken. En dat je voor 700 euro een kalasjnikov in Brussel kunt kopen. Dat soort details verwerk ik in mijn boek. Ik wil dat die dingen kloppen.

Al uw boeken gaan over actuele, maatschappelijke thema´s. Waarom is dat?
Ik wil graag over iets bestaands schrijven, ik heb zelf geen verhalen in mijn hoofd. Ik wil dat mijn verhalen lezers een idee geven van de werkelijkheid. Een onderwerp moet mezelf verrassen, dat als ik ga graven ik iets ontdek: dat wist ik nog niet. Als het mij verbaast, zal het hopelijk de lezer ook verbazen.

Uw beschrijving van het leven in Syrië is schokkend. Is het daar echt zo erg?
Ja en nog veel erger. Het is mensonterend wat er in Aleppo gebeurt. Ik begrijp heel goed waarom mensen uit Syrië wegvluchten. Vroeger dacht ik wel eens: vluchtelingen maken van hun probleem ons probleem. Maar ze proberen gewoon te redden wat er te redden valt. Mensen die roepen dat ze ons overspoelen met hun islam hebben het echt niet begrepen. Het zijn gewoon mensen die op een veilige plaats een nieuw leven willen opbouwen. Ik probeer in mijn boek te laten zien dat mensen vluchten voor de oorlog en hopen op een nieuw leven in het westen.

Weet u al waarover uw volgende boek gaat?

Ja, ik ga samen met Herman van Campenhout een boek schrijven. Dat wordt een getuigenis van een meisje dat bij een sekte heeft gezeten. Een ander idee waar ik mee rondloop is om een tijdje mee te lopen in een gesloten inrichting voor jongens. Ik was laatst op bezoek in een jeugdgevangenis om over mijn boeken te praten. Ik vertelde over De bruid en zei dat je Allah overal kunt vinden, dat hoeft niet per se in een mooie moskee te zijn, het kan ook in een vieze garage zijn. Een jongen stond op en zei woedend: zo spreek je niet over Allah! Daar zit een verhaal in, denk ik dan meteen.

Lees meer over leven en werk van Dirk Bracke