Interviews

Erna Sassen

01-05-2014

Onlangs verscheen de tweede jongerenroman van Erna Sassen, Kom niet dichterbij. In een interview met Bea Ros vertelt ze over haar drijfveren om te schrijven.



Allebei je jongerenboeken hebben hetzelfde thema...
O ja, vind je? Dat verrast me. Het zijn voor mijn gevoel twee heel andere boeken.

In vorm wel, maar ze gaan allebei over jongeren met psychische problemen.
Dat klopt en dat kan ik wel uitleggen. Anders dan mijn kinderboeken schrijf ik in mijn jongerenboeken over mijn eigen leven. Ik schrijf ze om iets over mezelf uit te zoeken. Bij Dit is geen dagboek was de aanleiding dat ik zelf somber was en dat ik van nabij, bij mijn broer, had meegemaakt hoe ingrijpend het is om depressief te zijn. Het thema drong zich op en ik wilde er meer over weten, het snappen. Bij mijn tweede boek was dat hetzelfde.

Hoe is Kom niet dichterbij ontstaan?
Na mijn eerste jongerenboek zei iemand: je moet voor volwassenen gaan schrijven. Dat leek me wel wat. Ik bedacht een verhaal, maar het was veel te veel en veel te groot. Mijn redacteur raadde me aan er twee verhalen van te maken, eentje voor jongeren en eentje voor volwassenen. Dat verhaal voor volwassenen is nog blijven liggen, het verhaal voor jongeren is Kom niet dichterbij geworden. Dat gaat over het eetprobleem dat ik vroeger had. Mijn boek is een zoektocht naar hoe dat probleem is ontstaan.

Het is nogal een heftig boek, begrijp ik goed dat jij Reva bent en al die dingen hebt meegemaakt?
Ja, het verhaal is grotendeels autobiografisch. Natuurlijk heb ik ook wel dingen verzonnen, maar de grote lijn klopt. Ik heb elf jaar een eetstoornis gehad en ik had te maken met machtsmisbruik door een leraar van de theaterschool. Gelukkig had ik net als Reva ook een zus, die me heel erg heeft geholpen. Maar ik heb ook stukken van mezelf in Reva´s zus gestopt.

Je vertelde dat je wilde ontdekken over hoe het kon gebeuren. Ben je daar wijzer over geworden?
Voor eetstoornissen heb je heel veel labels, anorexia en boulimia. Maar het is vooral heel ingewikkeld en complex, er is niet één duidelijke oorzaak te geven. Hoe langer je het verbergt, hoe dwangmatiger het wordt, je raakt verslaafd. Het is echt complexer dan je in veel boeken leest.

Is dat de reden dat je geen rechttoe rechtaan verhaal hebt geschreven, maar eentje dat bijvoorbeeld in chronologie nogal grillig is?
Ja, misschien wel. En door het verhaal niet chronologisch te schrijven kon ik ook de spanning opbouwen. Voordat ik dit boek schreef, dacht ik over mijn vroegere zelf als een geval. Tijdens het schrijven ontdekte ik: ik was best een leuke meid toen. Dat zeggen mijn zus en vriendinnen ook toen ik ze ernaar vroeg. Ik was iemand met wie je kon lachen. Ze wisten eigenlijk niet veel van mijn problemen.

Hoe ben je er zelf uitgekomen?
Net zoals ik in het boek beschrijf, door groepstherapie. Dat heb ik zeker een jaar wekelijks gedaan en dat heeft me geholpen om dingen te leren begrijpen. Diep van binnen mocht ik niet bestaan van mezelf. Als ik niet at, voelde ik me superieur. Ik vond eten iets verachtelijks, eigenlijk alle lichamelijke behoeftes vond ik slecht. Mensen met een eetstoornis ontkennen de signalen van hun lichaam. Toen ik eindelijk snapte hoe dingen in elkaar staken, dacht mijn lichaam volgens mij: hèhè, heb je het nu eindelijk door?!

In je eerste boek is er één hoofdpersoon, in dit boek twee, Reva en Marjolijn. Waarom heb je daarvoor gekozen?
Omdat ik dacht op die manier het probleem en die zoektocht duidelijker te maken. Als ik het verhaal alleen vanuit Reva zou hebben beschreven was het misschien te zwaar of te larmoyant geworden. Door Marjolijn komt er meer afstand en ook lucht en humor in het verhaal.

Hoe kijk je terug op je adolescentie?
Ik vond dat zelf een ontzettend moeilijke periode. Dat je niet weet waar het naartoe gaat. Welk werk? Samenwonen? Een gezin? Nee, ik zou echt nooit terug willen naar die tijd. Dat ik nu weet wat en wie ik ben, vind ik heel fijn. Op de middelbare school dacht ik: ik ben een van de velen, waar vind ik ooit een plek in de wereld? Dat heeft ook te maken met zelfvertrouwen natuurlijk. Voor sommige jongeren is de wereld een groot avonturenpark, maar dat had ik dus niet. En de hoofdpersonen in mijn boeken ook niet.

Beide hoofdpersonen uit je jongerenboeken zeggen dat ze bang zijn om ongezien en onopgemerkt te blijven, alsof ze dan dood zijn. Had jij dat ook?
Ja, dat dacht ik vroeger zelf inderdaad ook. Misschien was dat wel de reden waarom ik naar de toneelschool ben gegaan. Eigenlijk past toneelspelen helemaal niet zo goed bij mijn karakter, maar ik heb het toch tot mijn veertigste gedaan.

Past schrijven je beter?
Ja, zeker weten! Ik vind het fijn om alleen te zijn en niet afgeleid te worden door blikken van mensen. Als iemand in het publiek slaapt, dat je dan meteen denkt: oh god, het is niet goed genoeg. Als schrijver zie je dat lekker allemaal niet. Het blijft natuurlijk een beetje tegenstrijdig: ik wil me enorm graag verstoppen voor de hele wereld en toch iedereen mijn verhaal vertellen. Want je schrijft toch omdat je gelezen wilt worden.

Komt dat boek voor volwassenen er nog?
Ja, ik denk het wel. Maar dat kan nog best wel even duren.

Van Dit is geen dagboek is een theatervoorstelling geweest met het Residentie-orkest in Den Haag. Hier kun je een trailer ervan bekijken.

Kijk hier voor meer informatie over Erna Sassen.