Interviews

Interview: Geen natuur voor Paolo Cognetti

01-03-2018

Het thema van de komende Boekenweek is natuur. Een vaag begrip, vindt Paolo Cognetti, die jaarlijks zo´n zes maanden in de bergen woont en werkt. ´Bergbewoners gebruiken concrete woorden voor wat zij om zich heen zien.´ Leesplein sprak met de schrijver over zijn boek De acht bergen, dat overladen werd met prijzen.



Fotograaf: Roberta Roberto
De acht bergen is overladen met prijzen. Heeft dat je veranderd?
Het meest ingewikkelde van mijn schrijverschap was de vraag wanneer ik nou echt schrijver was. Was dat toen ik begon? Of toen mijn eerste boek gepubliceerd werd? Of was het toen ik af en toe op straat herkend werd? Ik vind het nog steeds moeilijk om die vraag te beantwoorden. Maar door de prijzen en de erkenning is nu duidelijk dat ik schrijver ben. Ik kan leven van de opbrengst van mijn boeken. De acht bergen is naar meer dan dertig landen in vertaling verkocht. En ook de filmrechten zijn al verkocht.

Je boek gaat over een jongen die door zijn ouders wordt meegenomen van de stad naar de bergen en die later als volwassene in de bergen gaat wonen. Hoe kwam je op dat idee?
Het is niet autobiografisch, maar het is wel mijn verhaal. Mijn vader en moeder kwamen allebei uit de Veneto, uit de Dolomieten. Vanwege het werk van mijn vader zijn ze naar Milaan verhuisd. Maar als ze maar even de kans kregen, zochten ze het berggebied van Valle d´Aosta op. Ik ben opgegroeid in Milaan, maar de stad voelde als een gevangenis.

Je koos voor twee hoofdpersonen, Bruno en Pietro. Met wie identificeer je je het meest?
Pietro en Bruno zijn misschien wel twee kanten van mij. Ik ben natuurlijk Pietro die gek wordt van het leven in de stad. En ik heb een vriend die lijkt op Bruno, maar ik heb niet zoals hij mijn roots in de bergen. Ik bewonder hem, omdat hij zo sterk op een plek hoort. De vader van Pietro die zijn zoon meeneemt op lange bergwandelingen, is mijn eigen vader, die mij meenam.

Wat betekenen de bergen voor je?
In de bergen ervaar ik vrijheid. Het leven daar leert je op een andere manier naar de wereld kijken. Voor het bouwen van zijn huis moet Pietro elke keer twee uur lopen voor hij de bouwplek bereikt. En aan het eind van de dag moet hij weer twee uur teruglopen. Tijd en ruimte zijn in de bergen heel anders dan in de stad. Je moet er op een heel andere manier mee omgaan. Ook de taal is er anders, veel concreter. In het boek verwijt Bruno Pietro zo´n vaag woord als natuur te gebruiken, want bergbewoners benoemen alles zoals het is: bos, weiland, beekjes, bomen. Het Italiaans dat ik kende, had ik geleerd uit boeken. In de bergen leerde ik de namen van bomen, van dieren, van dingen. Ik heb daar echt een nieuwe taal geleerd.

Schrijf je ook in de bergen?
Ja. Net als Pietro heb ik een huis in de bergen, op 2000 meter hoogte. Daar woon ik ‘s zomers. Het is daar rustig en ik schrijf er graag. Ik kan me daar goed concentreren en heb echt het gevoel alsof ik in het verhaal zit. Daarom schrijf ik ook het liefst met de hand, ik houd van werken met een pen op papier. Ik leef daar sober in een huis met een fornuis, een tafel en een bed. Het zou vreemd aanvoelen als ik daar voor mijn schrijfwerk een computer zou gebruiken. Later in mijn appartement in Milaan werk ik alles wel verder uit op de computer.

In het boek laat je Pietro nadrukkelijk nadenken over de toekomst. Wat wil je daarmee zeggen?
Ik wilde geen boek schrijven dat alleen maar vol nostalgie zit. Ik wilde Pietro ook na laten denken over wat voor man hij wil zijn en waar en hoe hij wil leven. Er is de passage waar Pietro in een riviertje staat en zijn vader hem vraagt waar de toekomst ligt, stroomopwaarts of stroomafwaarts. Pietro zegt stroomafwaarts. FOUT, zegt zijn vader. Stroomafwaarts is wat geweest is, wat zich stroomopwaarts bevindt, moet nog komen.. Met deze grap zet zijn vader bij Pietro een denkproces in werking. Er zit ook een element in van tegen de stroom in gaan.

Waarom ben je schrijver geworden?
Toen ik nog op de middelbare school zat was ik heel erg verlegen. Ik werd verliefd op een meisje, maar had geen flauw idee hoe ik haar kon benaderen. Dat durfde ik niet. Toen besloot ik haar een brief te schrijven, zodat ik mijn gevoelens op papier kwijt kon. Ik weet niet eens meer of ik de brief ook verstuurd heb. Maar het schrijven beviel me wel, dus dat ben ik blijven doen.

Je zegt dat je dit verhaal moest schrijven. Waarom heb je het nu pas, na twintig jaar schrijverschap, geschreven?
Ik heb heel lang alleen maar korte verhalen geschreven. Dit verhaal zag ik voor me als een roman. Maar kennelijk was ik er nog niet aan toe om een roman te schrijven. Mijn boek Sofia draagt altijd zwart werd gepresenteerd als mijn eerste roman, maar zelf zie ik dat niet zo. Het zijn tien losse hoofdstukken met Sofia als vaste hoofdpersoon. Dus voor mij is De acht bergen mijn eerste roman. Ik denk dat ik als schrijver eerst moest groeien, voor ik dit verhaal goed kon vertellen.

Een laatste vraag: hoe vind je Amsterdam?
Het is mijn eerste keer hier en ik ben hier maar twee dagen. Elk vrij moment benut ik om wat van de stad te zien en ik vind het een mooie stad. Maar morgenavond ben ik weer thuis. In de bergen.

De Boekenweek 2018 is van 10 tot en met 18 maart. Bekijk onze themalijst Boekenweek 2018.

Dit interview verscheen eerder in december 2017. Omdat Leesplein deze zomer stopt en de interviews niet worden overgenomen op Jeugdbibliotheek.nl, publiceren we geen nieuwe interviews meer.