Interviews

Interview: Hanna Bervoets heeft liever een pluizig bolletje dan een cavia

01-05-2017

In Fuzzie, de nieuwe roman van Hanna Bervoets, raken de vier hoofdpersonen in de ban van pluizig pratende bolletjes. Hoe kom je erop en wat wil je ermee zeggen, vroeg Bea Ros de schrijfster.



Foto: Sanne Glasbergen
Pluizig pratende bolletjes - hoe ontstaat zo´n idee?
Fuzzie gaat over vier mensen die ieder op hun eigen manier ongelukkig zijn. Ze hebben iets nodig, maar ze weten niet wat, tot ze op een dag ieder in aanraking komen met een klein, pluizig, pratend bolletje. Het bolletje vertelt hen dat het van ze houdt en geeft een nieuwe richting aan hun leven. Het troost hen, vervult een behoefte en functioneert voor sommige personages zelfs als surrogaatliefdespartner. Het boek gaat over genegenheid ofwel affectie en wat we daaronder eigenlijk verstaan. Waarom hebben we het nodig en hoe ontstaat het? Ik zocht naar iets waar mijn hoofdpersonages hun genegenheid op zouden kunnen projecteren, een gereedschap, eigenlijk, om de thema´s die ik interessant vond te onderzoeken. Het moest een ding zijn, wist ik, maar het mocht niet te menselijk zijn, en ook weer niet te robotachtig; ik wilde immers niet dat dit een boek over techniek zou worden.
Het pluizige bolletje is heel basaal, het praat, maar verder kan of doet het niets. Wel oefent het een natuurlijke aantrekkingskracht uit op m´n personages, waarschijnlijk omdat het zo aaibaar is. Jonge katjes, kleine kuikentjes: in principe zijn het pluizige bolletjes, het is een vorm waar we ons van nature toe aangetrokken voelen, ongevaarlijk, aaibaar. Lief.

Eerst dacht ik: wat heerlijk zo´n bolletje dat jou zo goed begrijpt. Totdat ik als lezer ontdekte dat ze tegen iedereen hetzelfde zeggen. Laten jouw hoofdpersonen/mensen zich te makkelijk inpakken door begrijpende woorden?
Dat vind ik te negatief. Ik denk dat we allemaal de behoefte hebben om gezien te worden. Mijn personages voelen zich door het bolletje gezien, bevestigd in hun bestaan, omdat de woorden van het pluizige ding zo raak lijken. Eigenlijk spreekt het bolletje een soort horoscooptaal uit waarin iedereen zich wel herkent: ‘Je voelt je soms onzeker.´ ‘Soms maak je je zorgen over je familie´ - dat soort dingen. Maar waarom zou het erg zijn als mensen daarvoor vallen? Wanneer het bolletje een verlangen beantwoordt - gehoord worden, begrepen worden - maakt het dan uit dat het bolletje geen mens is, maar een ding? En waarom dan? Die vragen vind ik interessant, en er is denk ik geen eenduidig antwoord op.

Vind je het geen eng idee dat je vier hoofdpersonen zich vastklampen aan zo´n bolletje?
Nee, dat denk ik niet. Het bolletje vervult voor elk van hen een andere rol. Voor Maisie is het bijvoorbeeld bijna een liefdespartner, voor Stephan is het meer een goeroe. Het bolletje biedt iedereen wat anders, maar brengt vooral troost, en houvast. In het dagelijks leven putten we ook wel eens troost uit objecten of kunst: boeken, series, muziek - allemaal zaken waar we ons zo nu en dan aan vastklampen wanneer we dat nodig hebben. En neem zorgrobots: knuffels die reageren op stemgeluid of aanraking, die worden gebruikt in bejaardentehuizen. Uit onderzoek blijkt dat mensen enorm opfleuren van het contact met zo´n zorgrobot, ook wanneer ze weten dat het geen echt mens of dier betreft. Waarom zou die vorm van geluk eng zijn? En waarom zou de genegenheid voor een object minder waard zijn dan de genegenheid voor een mens?

Volgens de jury van de Frans Kellendonkprijs zoek je ‘telkens nieuwe manieren om haar onmiskenbare maatschappelijke engagement uit de drukken´. Wat betekent engagement voor jou?
Engagement is een breed begrip. Veel mensen denken daarbij meteen aan actievoeren, de barricade op. Dat doe ik zeker ook wel eens, maar in mijn boeken bedrijf ik een ander soort engagement, een bredere vorm van betrokkenheid, denk ik. In de eerste plaats ben ik zelf betrokken bij wat ik maak; ik houd oprecht van mijn personages, probeer elk mens dat ik beschrijf liefdevol neer te zetten, ook al gedraagt hij zich als een klootzak - zo probeer ik inzicht te krijgen in de drijfveren van mensen die vreemde keuzes maken of die dingen doen die anderen schaden. Daarnaast onderzoek ik hoe wij als maatschappij denken. Mijn romans gaan in de eerste plaats over mensen en hoe zij zich tot elkaar en tot de wereld verhouden, maar hun handelen is altijd een reactie op omstandigheden, en het resultaat van de manier waarop zij naar de wereld hebben leren kijken. Zo gaat het in Efter over hoe we denken over geestesziekten: wanneer noemen we iemand gek en waarom dan? Alles wat er was gaat over omgangsnormen en hoe die veranderen wanneer we onder extreme druk komen te staan. In Ivanov gaat het over de vraag waarom we apen niet met mensen willen kruisen, terwijl we dat honderd jaar geleden nog wel wilden. En Fuzzie gaat over verwachtingen die we van anderen hebben wanneer we een relatie aangaan: verwachtingen die worden gekweekt door ideeën over liefde die we al vanaf zeer jonge leeftijd ingeprent krijgen. Zulke zogenaamde ‘vanzelfsprekendheden´ beschouw ik niet als vanzelfsprekend, ik probeer in mijn werk vaak een andere blik aan te bieden.

In je dankwoord bij die prijs sprak je over de tegenstelling tussen de hang naar onafhankelijkheid versus de drang om ergens bij te horen. Welke van beide herken je zelf het meest? En hoe verhoudt de drang naar liefde van jouw vier hoofdpersonen zich tot beide?
Wat een mooie vraag! Ik denk dat veel mensen, ook ikzelf, constant schipperen tussen die twee. Aan de ene kant achten we onszelf allemaal unieke individuen, aan de andere kant willen we niet alleen zijn. Misschien wel omdat we zonder anderen niet kunnen bestaan: pas ten opzichte van anderen zijn we een individu. Wat ook kan: dat het idee dat we uniek zijn zo geromantiseerd is dat we authenticiteit en uniciteit belangrijke waarden zijn gaan vinden, waar ze sociaal-biologisch gezien helemaal niet zo handig zijn. Als mens heb je veel meer kans op overleving en bescherming wanneer je tot een groep behoort.
Ik denk dat de hoofdpersonen in Fuzzie zich aan anderen vastklampen om zichzelf bevestigd te zien. Het is niet zo dat ze constant moeten horen hoe leuk ze wel niet zijn, ik denk dat ze eerder iets willen horen om te voelen dát ze er zijn. Wanneer iemand tegen je praat weet je zeker dat je er bent - alleen al dat idee is onbewust erg fijn. Daarbij denk ik dat de drang naar liefde niet alleen een behoefte is aan genegenheid ontvangen, maar ook aan genegenheid géven. De bolletjes stellen mijn hoofdpersonen in staat affectie voor iets buiten henzelf te voelen, dat is bijna net zo´n fijne sensatie als affectie ontvangen. Dat gevoel van affectie is uiteindelijk wel eigenliefde; we zullen altijd houden van het beeld dat we van een ander hebben, en dat beeld komt uit onszelf - wij hebben het geschapen, wij scheppen de objecten van onze affectie.

Wat ben je door het schrijven van Fuzzie wijzer geworden over (de rol van) genegenheid en liefde?
Diverse dingen, denk ik. Mijn boek wordt nu wel eens opgevat als pleidooi voor menselijke liefde, dat wil zeggen: de liefde tussen twee mensen. Maar dat is het niet wat mij betreft. Uiteindelijk krijgen zowel Maisie als Diek een relatie met een echte vrouw, nadat hun bolletjes zijn gestopt met werken. Sommige lezers zien dat als een happy end, maar je kunt het ook anders opvatten. Je zou ook kunnen zeggen: na een korte bevrijding van het gedoe dat het aangaan van een relatie met zich meebrengt, stappen Maisie en Diek toch weer in dezelfde valkuil. In die zin blijven zij dezelfde rondjes lopen. Misschien is dat een besef dat tijdens het schrijven kwam bovendrijven: we denken dat we groeien, maar we veranderen weinig, we zullen altijd dezelfde basale behoeften hebben, in die zin altijd gemankeerd blijven.

Tot slot wil ik je drie keuzes voorleggen en vragen je antwoord uit te leggen. Allereerst: een pluizig bolletje of een huisdier?
Haha, ik heb soort obsessie met cavia´s, maar neem er geen omdat ik last van muizen heb, en bang ben dat die beesten op het caviavoer afkomen. Vooralsnog volg ik vooral veel cavia-accounts op Instagram en kies ik: pluizig bolletje.

Florence of Maisie?
Maisie. Ik heb een enorm zwak voor haar en de liefdevolle manier waarop ze met het pluizige bolletje, hondje Max en haar knuffel Yoshi omgaat. Maisie vindt het makkelijker zich aan dingen en dieren te hechten dan aan mensen, dat maakt haar gemankeerd en kwetsbaar, en op een bepaalde manier ook schattig. Ik denk dat Florence dat ook ziet, en zich daarom juist zo aan Maisie is gaan hechten.

‘Boer zoekt vrouw´ of een romcom?
‘Boer zoekt vrouw´! Ik kijk veel liever naar het grillige verloop van een menselijke zoektocht dan naar een voorspelbaar format - hoewel ik best van een goedgemaakte romcom kan genieten hoor. Als mediawetenschapper vind ik het ook interessant hoe ‘Boer zoekt vrouw´ een vrij conservatieve moraal tracht te verenigen met een subversief concept: meer vrouwen die bij één man komen wonen - wanneer een boer maar moeilijk kan kiezen, ondermijnt dat de mythe dat er maar één Ware bestaat; stiekem best verfrissend!

Lees meer over Hanna Bervoets.