Interviews

John Green

01-04-2012

De ene hoofdpersoon heeft kanker, de ander is er net van genezen. In zijn nieuwe boek Een weeffout in onze sterren zet John Green de zaken op scherp. Bea Ros praat met hem over hoop en de zin van het leven in het aangezicht van de dood. En hoe het is om daarover te schrijven.



Foto: Bea Ros
Je nieuwe boek is prachtig en ontroerend, maar ook confronterend. Was het ook confronterend om te schrijven?
´Het was het moeilijkste boek dat ik ooit geschreven heb. Ik ben er tien jaar mee bezig geweest. Het was moeilijk, omdat het een goed boek moest worden. Dat voelde ik me verplicht tegenover vrienden die jong gestorven zijn. Dat legde een grote druk op me. Door erover te schrijven ging ik bovendien nadenken over mijn eigen dood . En over mijn eigen zoon, ik was net vader geworden, hoe het zou zijn als hij zou sterven. Het laatste jaar was heel moeilijk, ik huilde elke dag en was depressief. Ik ben sinds het boek af is zoveel gelukkiger.´

In een eerder interview met ons heb je gezegd dat je kiest voor hoop. Hoe lukt dat met een thema als dit?
´Ik ben ervan overtuigd dat het leven zinvol en belangrijk is. Met dit boek wilde ik testen of mijn hoop ook bestand is tegen de harde werkelijkheid. Als je niet hoopvol kunt zijn in het aangezicht van de dood, stelt je hoop niet veel voor. Mijn eerste versies waren veel minder hoopvol, ze zaten vol woede dat mensen zo jong sterven. Ik moest mezelf daarmee verzoenen en dat proces zat in die eerste versies. Ik moest het proberen te begrijpen, net als mijn hoofdpersonen doen. Ze proberen het leven te leven, zelfs op hun meest zieke momenten.´

Ben je door het schrijven van dit boek veranderd, anders in het leven gaan staan?
´Ja, ik ben opmerkzamer geworden. Ik probeer meer aandacht te schenken aan wat mooi en bijzonder is in het leven.´

Je hoofdpersonen Hazel en Gus hebben beide een antwoord gevonden. Met welk voel je je het meest verwant?
´Met Gus, maar ik denk dat Hazel meer gelijk heeft. Net als Gus wil ik een verschil maken in het leven van anderen. Ik wil herinnerd worden. Iedereen wil speciaal zijn, vooral jongeren. Daarom is Gus zo boos: het lijkt alsof zijn leven helemaal niets heeft voorgesteld. Hazel heeft gelijk dat het beste wat we kunnen doen is aandacht schenken aan de dingen om de wereld te begrijpen. Ze wordt daardoor een beter mens, omdat ze pas reageert nadat ze observeert.´

Je derde boekpersonage, de schrijver Peter van Houten maakt een andere keuze, hij heeft alle hoop opgegeven. Heb je begrip voor hem?
´Ik heb met hem te doen en begrijp dat hij na de dood van zijn kind niks meer wil van het leven. Verder mag ik hem om nog een andere reden. Ik snap heel goed dat hij niet weet wat hij aanmoet met Hazels vragen over hoe het nou verder gaat met de personages uit zijn boek. Dat soort vragen krijg ik elke dag.´

Iedereen wil natuurlijk weten of Hazel doodgaat of niet.
´Precies, die vraag staat met stip op 1! Maar het is niet aan mij om te zeggen hoe het verhaal verder gaat. Mijn verhaal houdt op bij de laatste punt die ik zet. Dus ik zal lezers met mijn antwoorden altijd teleurstellen. Goed, Van Houten is natuurlijk een jerk, hij verwart eerlijkheid met wreedheid. Maar hij is vooral wreed door zijn verdriet. Ik laat hem met opzet niet tot inkeer komen, dat is weer zo´n cliché uit het kankerboekengenre.´

Hazel maakt zich daar ook zo kwaad over. Is dat een genre dan?
´In de VS wel, daar heb je hopen boeken over dit thema. Ze gaan altijd over hoe moedig en strijdlustig de kinderen wel niet zijn, en hoe ze zelfs vreselijke volwassenen als Peter van Houten kunnen vermurwen. Zo´n boek wilde ik dus niet schrijven.´

Je titel heb je ontleend aan Shakespeare: ´Niet door een weeffout in onze sterren, door onszelve zijn wij zo klein en nietig.´ Ben je het met hem eens, ligt het aan onszelf?
´Geen enkele Engelstalige schrijver mag iets slechts zeggen over Shakespeare, want hij is beter dan wij allemaal. Maar het is onzin dat hij feilloos is. Zo is hij dead wrong op dit punt: de fout ligt niet in onszelf, in elk geval niet alleen. Hazel en Gus hebben niets verkeerds gedaan waardoor ze kanker kregen. Er zit ook geen goddelijk plan of een goddelijk mandaat achter hun ziekte. Dat is wel het wreedste wat je kunt zeggen.´

Geloof je in leven na de dood?
´Die vraag wilde ik per se in mijn verhaal hebben, omdat die voor veel mensen belangrijk is. Zelf heb ik er geen mening over. Uiteindelijk is er misschien wel iets, maar ik kan alleen maar die fantastische regel uit To Kill a Mocking Bird citeren: ´Ik wil niet mijn leven verspillen met nadenken over een mogelijk leven na de dood.´ Dat we ons die vraag trouwens kunnen stellen, komt door ons wonderbaarlijke bewustzijn, ons vermogen om het universum en onszelf waar te nemen. Dat bewustzijn is een gave, al maakt het ons kwetsbaar.´

In je boek heeft Hazel het steeds over de bijwerkingen van de dood. Maar wat zijn de bijwerkingen van het leven?
´Dezelfde dingen. Leven en dood zijn geen tegenpolen, maar deel van hetzelfde proces. Ons leven is kostbaar omdat het tijdelijk is, daarom hebben we zoveel verlangens, ambities en hoop. En worden we verteerd door grote vragen. Natuurlijk ben je daar niet elke seconde mee bezig en dat moet je ook niet willen. Niet voor niets laat ik Hazel niet alleen Shakespeare lezen, maar ook veel kijken naar America´s Next Top Model.´

Kijk hier om meer te lezen over John Green.