Interviews

Interview: Lisa Williamson doet liever niet normaal

01-02-2017

De Britse Lisa Williamsom schreef een boek over transgenders: Wie is nou normaal? Bea Ros vroeg haar waarom ze koos voor dit thema en hoe ze haar boek heeft geschreven.



Er zijn, in elk geval in Nederland nauwelijks jongerenromans over transgender. Waarom heb je dat thema gekozen?
Het koos mij min of meer! In 2010 kreeg ik een baan op de administratie van GIDS, de Gender Identity Development Service, een organisatie die jongeren die worstelen met hun genderidentiteit gesprekstherapie aanbiedt. Onderdeel van mijn werk was het uittikken van aantekeningen van therapiesessies en zo hoorde ik ongelofelijke verhalen. Blij, droevig, pijnlijk, triomfantelijk - allemaal compleet verschillend en allemaal erg ontroerend. Ik was in die tijd iets anders aan het schrijven, waardoor het even duurde voor ik door kreeg dat ik een ongelofelijk rijke bron in handen had en dat ik misschien beter daarover kon schrijven. Ik ging op zoek naar fictie met transgenders in de hoofdrol en vond erg weinig. Jonge transgenders zijn enorm ondervertegenwoordigd in de kunst en media en dat motiveerde mij erg om daar verandering in te brengen, zonder nou meteen een ‘probleemboek´ te schrijven.

Wat is het belangrijkste dat je bij GIDS hebt geleerd?
Hoe belangrijk acceptatie is en hoe fundamenteel dat is voor ons geluk als mens.

Hoe begin je met schrijven? Heb je van tevoren een compleet plan in je hoofd of slechts een idee of hoofdpersoon?
Ik begin met de hoofdpersonen. Soms komt er dan ook meteen een situatie in me op, maar die verandert of verdwijnt tijdens het schrijven vaak. Ik vind vooraf een plot bedenken echt heel erg moeilijk. Ik weet pas of een plot werkt als ik hem daadwerkelijk heb geschreven. Ik geef de hoofdpersonen ook graag de tijd om tot leven te komen, alvorens een bepaald pad voor ze uit te stippelen. Het is niet de meest efficiente manier van schrijven - ik houd altijd enorme hoeveelheden geschrapt materiaal over - maar dit is kennelijk de manier die me het beste ligt.

Wie zat er het eerst in je hoofd: David of Leo? En wie van hen vond je het moeilijkst te beschrijven?
Ik begon met David, maar realiseerde me al snel dat Leo´s verhaal net zo belangrijk was. Zo ontstond de dubbele verhaallijn. Het mooie van schrijven vanuit twee verschillende gezichtspunten is, dat als er eentje niet werkt, je naar de andere kunt switchen. Ik genoot van het schrijven vanuit beide karakters, maar uiteindelijk is Leo toch mijn favoriet. Hij is nors en knorrig, maar heeft ook een aardige, warme kant die hij graag verborgen houdt.

Wat ik mooi vind aan je boek is de humor en de vriendschap. Het is niet alleen maar zware kost. Hoe heb je dat voor elkaar gekregen?
Van meet af aan wilde ik dat het geen somber boek werd, ondanks het serieuze onderwerp. In mijn ontmoetingen met jonge transgenders heb ik altijd hoop, geluk en humor ervaren en die wilde ik ook in mijn verhaal vangen. Een mens wordt niet uitsluitend gedefinieerd door de vragen over zijn genderidentiteit. Ik wilde ronde karakters, met vrienden, hobby´s, passies en dromen.

Begrijp je transgenders beter door het schrijven van dit boek?
Dat begrip was al ontstaan door mijn werk bij GIDS. Mijn ogen werden toen geopend en ik wilde dat andere mensen door het lezen van mijn boek hen ook zouden gaan begrijpen. Een van de krachtigste manieren om iemand iets nieuws te laten begrijpen is door ze te vragen om emotioneel te investeren in een verhaal over dat onderwerp. En ik denk dat heel veel lezers verrast zullen zijn geweest door hun reactie.

Wat zou je willen zeggen tegen jongeren die worstelen met hun genderidentiteit?
Allereerst dat je niet alleen bent. Praat met iemand die je vertrouwt en weet dat er hulp beschikbaar is. Het lijkt misschien ongelofelijk eng, maar er is licht aan het eind van de tunnel. En alleen al bij iemand anders je gevoelens onder woorden brengen is een enorme stap.

Je bent begonnen als acteur. Wanneer wist je dat je ook een schrijver kon zijn?
Ik hield als kind al van schrijven, maar ben ermee gestopt toen ik koos voor acteren. Ik hield van acteren maar ik hunkerde naar een andere creatieve uitlaatklep. Ik begon weer te schrijven in mijn vrije tijd en ik genoot ervan. Ik vond het heerlijk om controle te hebben over het verhaal, nadat ik jaren bezig was geweest met het spreken van andermans zinnen en het spelen van andermans verhalen. Mijn werk ook echt uitgeven, daar was ik nog helemaal niet mee bezig. Dat kwam pas toen een redacteur van een uitgeverij het begin van Wie is nou normaal? las en zei dat het veelbelovend was.

Je tweede boek komt deze maand uit. Kun je er iets over vertellen?
Het heet All about Mia en gaat over de 16-jarige Mia. Ze is het middelste kind tussen twee zeer veeleisende zusjes. Vergeleken met hen heeft Mia voortdurend het gevoel dat ze haar ouders teleurstelt en vaak gedraagt ze zich daarom slecht. Dan komt haar oudste zus Grace thuis met nieuws dat inslaat als een bom. Mia is opgetogen dat zij nu eens niet het zorgenkindje is. Maar als Grace vrijuit gaat, vliegt Mia´s leven volledig uit de bocht. Het heb geprobeerd een boek te schrijven met lekker veel vaart en humor, maar ook de diepte in te gaan met enkele pittige thema´s.