Interviews

Interview: Lydia Rood snuift geschiedenis op straat op

01-10-2017

Lydia Rood was als kind al dol op historische verhalen en ook als schrijver haalt ze haar hart eraan op. Ze vertelt Bea Ros wat ze allemaal doet om het verleden tot leven te roepen.



Wat trekt jou zo in het verleden?
Als kind hield ik al van mythes en heldenverhalen. Mijn moeder heeft geschiedenis gestudeerd en ons huis stond vol met boeken over vroeger.. Ik werkte op school altijd heel hard, want als je je werk af had, mocht je gaan lezen. Mijn voorliefde voor échte geschiedenis begon toen ik als zevenjarige het boekje Waarom de tram stil stond van mijn juf kreeg, over de dodenherdenking en de jodenvervolging. Daar werd ik helemaal in meegezogen, ik kreeg er een enorm schuldgevoel van, vreselijk. Maar die schok maakte wel dat ik meer zulke boeken wilde.

En vind je het schrijven van historische verhalen net zo leuk als ze lezen?
Bijna wel. Alleen gaat schrijven langzamer, omdat je veel moet opzoeken. Voor 1 alinea zoek ik soms wel tien dingen op. Want ik wil dat de dingen kloppen. Als ik schrijf dat de brem bloeit, moet dat ook echt brem zijn en geen gaspeldoorn. Geen lezer die daarover struikelt, natuurlijk, maar ik vind het zelf belangrijk. Het gaat dus langzamer dan lezen, maar het voordeel is dat je dan lekker lang in zo´n periode kunt blijven.


Heb je een favoriete periode in de geschiedenis?
Wel meer dan een! De Romeinse tijd, de 17e eeuw. Ik houd ook van de vroege middeleeuwen, zo rond 800-1000, toen de wereld nog kinderlijk en vol verbeelding was. De periode rond 1400 vind ik ook heel fijn. Je zit dan nog in de middeleeuwen, waarin magie en mythes nog een grote rol in het dagelijks leven spelen. En tegelijk gloort er een nieuwe tijd, waarin mensen rationeler gingen denken over dingen. Dat soort overgangsperiodes vind ik mooi. Alles is dan onzekerder.

Je boek De dochter van de zeemeermin speelt ook rond 1400. Hoe kwam je op dat verhaal?
Nou, die zeemeermin heeft echt bestaan. Er is een ooggetuigenverslag bewaard gebleven over een vrouw die in 1403 bij Edam uit het water opdook. Ze noemden haar de Watervrouw. Heel veel is er verder niet over haar bekend. Toen ik me erin ging verdiepen, hoorde ik in Edam dat ze misschien uit Schotland kwam. Dat kwam mooi uit, want in Schotland bleek destijds veel aan de hand, met een strijd om de troon. Dat is voor een schrijver altijd prettig.

Hoe doe je precies research voor je boeken?
Om te beginnen lees ik me het schompes. En ik zoek ook veel op via internet. Maar ik verzamel ook veel informatie door naar plekken te gaan waar de gebeurtenissen zich ooit afspeelden. Ik ben voor De dochter van de zeemeermin naar Schotland geweest, naar de burcht in Edinburgh waar mijn hoofdpersonen wonen. En voor mijn boek Meisje aan de ketting heb ik veel in Edam rondgelopen.

En wat doe je daar dan?
Heel goed kijken naar details en heel goed proberen te voelen. Neem zo´n koopmanshuis in Edam waar mijn hoofdpersoon als dienstmeisje woonde. Ik loop daar rond en probeer me voor te stellen hoe ze in die kleine bedstee sliep. Mensen sliepen daarin altijd een beetje rechtop, maar in dit geval moest ze echt haar hoofd bukken om erin te kunnen. Ik probeer dat aan den lijve na te voelen. Voor Opgejaagd wilde ik op bezoek bij een Sinti-gezin. Ik werd niet binnengelaten, maar glurend door de deur zag ik schoenen bij de deur staan, dus dat heb ik in mijn boek ook beschreven. Later vroeg iemand ‘Hoe wist je dat!? Nou, goed opletten en je goed inleven. Ik vind dat heerlijk! Je wereld wordt er zoveel groter door. Mijn boek Stem van het water speelt zich af in mijn woonplaats, in het Marken van honderd jaar geleden. Als ik uit mijn raam kijk, kan ik nog steeds het beeld omklappen en kijk ik honderd jaar terug in de tijd.

Ga je ook struinen in archieven?
Nee, dat is niets voor mij. Al die catalogi en die stilte, daar word ik ongedurig van. En die ene keer dat ik er wel zit, raak ik gefrustreerd omdat ik die oude handschriften niet kan lezen. Voor Meisje aan de ketting was ik op zoek naar een geboortedatum, bleek uitgerekend die plek smoezelig en onleesbaar! Nee, geef mij maar tweedehandsmateriaal, dingen die anderen al hebben uitgezocht.

Stel: je kunt met een tijdmachine naar een andere tijd reizen en ook weer veilig thuis komen, waar ga je dan heen?

Dan zou ik graag naar dat prehistorische dorpje in Noord-Noorwegen gaan. Tijdens mijn fietsvakantie kwam ik daar bij toeval langs. Het bijzondere is dat het als prehistorisch dorp is blijven bestaan totdat de Vikingen kwamen, dus zeg 800. Dus terwijl de rest van de wereld verder ging, bleven zij in de prehistorie leven. Dat zou ik graag eens met eigen ogen gaan bekijken. En ik zou dan meteen vanuit dat dorp op reis gaan en ontdekken wat er verder in de wereld te koop is.

Ik voel een boek aankomen.
Hahaha, ja, dat zou zomaar eens kunnen. Dat dorpje was echt bijzonder. Waar ik in mijn verhalen vooral naar zoek, zijn de universele dingen: verlaten worden, iets moeten overwinnen, nieuwe werelden verkennen.

En dan maakt het niet uit of dat nu of vroeger speelt?

Inderdaad, dat maakt niet uit. Maar het fijne van historische boeken vind ik wel dat het gaat over dingen die echt zijn gebeurd. Daarin kunnen we ons herkennen en ons leven spiegelen, hoe ons eigen leven wel of niet deugt in vergelijking met vroeger of het leven van de hoofdpersoon.

Lees meer over leven en werk van Lydia Rood.