Interviews

Marco Kunst

01-12-2014

De hoofdpersoon in het nieuwe boek van Marco Kunst probeert de dood te bedwingen en vergeet daardoor te leven. Bea Ros praat met hem over de wording van Kroonsz en zijn inspiratiebronnen.



Je hebt een origineel verhaal geschreven.
Dank je. Ik ben nog onzeker over hoe het ontvangen zal worden. Maar zelf ben ik tevreden, al is het best een heftig verhaal.

Wat was de kiem voor je verhaal?

Eigenlijk zit het al heel lang in mijn hoofd. Ik heb ooit een verhaal voor De Gids geschreven over Johanna de Waanzinnige. Daarin ziet ze, terwijl ze aan een weefgetouw zit, voor zich hoe de levens van alle mensen verweven zijn, zoals de lijnen van het wandtapijt dat ze weeft. Dat beeld bleef maar in mijn hoofd zitten. Ik dacht: als ik dat nou eens letterlijk neem? Dat voegde zich samen met mijn verbazing over Amerikaanse tv-dominees en de overtuiging waarmee zij hel en verdoemenis prediken. Alsof je kan weten hoe het na de dood is. Ik wilde begrijpen hoe het is om dat werkelijk te geloven. Nou ik dit vertel, klinkt het best zwaar, dood en hel en zo. Normaal stop ik ook humor in mijn boeken, maar nu wilde ik deze lijn voortzetten, dat is wezenlijk waar het over gaat.

Waarom heb je je verhaal gesitueerd in de zeventiende eeuw?

Omdat mensen in die tijd begonnen te tornen aan rotsvaste overtuigingen uit het geloof. Ik werd daarbij geïnspireerd door het boek Gevaarlijke kennis van Luuc Kooijmans over de 17e-eeuwse wetenschapper Jan Swammerdam. Dat was een echte eyeopener. Hij schrijft zo dat je zelf die angst gaat voelen die Swammerdam had. Wetenschappers dachten destijds: we gaan de wereld ontdekken en onze kennis zal een bevestiging leveren van de waarheid van de bijbel. Maar het ging juist steeds meer wringen, de kennis sloeg de grond onder hun voeten weg en daar kwam angst uit voort. Bij Swammerdam zelfs zo erg dat hij de wetenschap vaarwel zei en bij een sekte ging.

En zo ontstond jouw figuur Zacharias Kroonsz?

Zacharias en Wessel ja. Zacharias is opgegroeid met beelden van hel en verdoemenis en gaat gebukt onder vreselijke angsten. Hij probeert met experimenten een uitweg uit de dood te vinden. Zijn zoon Wessel zoekt juist steun bij de destijds nieuwe ideeën van de filosoof Spinoza, die tegenover die afschrikwekkende beelden de eeuwigheid en het rustige Niets plaatst. Wessel staat meer open voor de moderne tijd. Hij laat uiteindelijk ook de eeuwigheid van Spinoza los en kiest voor het hier en nu, het heden en het zintuiglijke en de liefde.

Door de experimenten van Zacharias ontstaat er een Torn, hoe kwam je bij die vondst?

Ik wilde het onzichtbare zichtbaar maken. Ik dacht: als de levens van alle mensen samen een weefsel vormen, het weefsel van de werkelijkheid zoals ik dat in het boek noem, dan kan in dat weefsel ook een scheur komen, een Torn.

Hoe ga je te werk tijdens het schrijven? Begin je op bladzijde 1 en schrijf je zo door tot het eind?
Nee, nee, zeker niet. Ik begin juist vaak middenin, met een beeld. Bij mijn boek Gewist werd ik bijvoorbeeld ´s ochtends wakker met het beeld van een jongen op een vuilnisbelt, ik had geen idee hoe het verder ging, maar zo´n beeld roept vragen op die ik al schrijvend beantwoord. Mijn eerste beeld voor dit boek was dat van jongeren die voor de Torn worden geleid. De werktitel voor dit boek was Teatro Morituri, het theater van zij die sterven gaan. Een van de eerste hoofdstukken die ik heb geschreven, is dat waarin Pink een uitnodiging krijgt om het theater te bezoeken. Om het verhaal spannend te houden wilde ik per se jongeren van nu als uitgangspunt nemen, dat haalt het voor de lezer dichterbij. Daarom zitten tussen het verhaal over Zacharias en Wessel tussenlijnen over Pink en Bor. En uiteindelijk ontmoeten heden en verleden elkaar. Zo schrijf ik in lukrake volgorde telkens componenten van het verhaal. Vervolgens kijk ik wat ik nog nodig heb om het verhaal kloppend en rond te krijgen.

Wat vond je het moeilijkste van dit boek?
Om de plot uiteindelijk goed te krijgen. Dat historische deel was leuk, dat is ook tamelijk recht toe rechtaan en niet moeilijk. Dat gold ook voor de verhaallijnen over Bor en Pink. Maar om het goed af te ronden vond ik lastig. Ik moest de dynamiek en vaart erin houden. Ik wist wel hoe het af moest lopen, maar ik heb erg geworsteld met de precieze vormgeving daarvan. Ik heb van dat laatste deel zeker drie versies geschreven en die na gesprekken met redacteuren weer fors herzien.

Wat zijn jouw inspiratiebronnen als schrijver?
Mijn grote voorbeelden zijn Dan Brown en Umberto Eco. Brown vanwege zijn ambachtelijkheid en hoe hij een verhaal vol vaart en spanning weet te schrijven. En Eco vanwege de filosofische gelaagdheid in zijn boeken. Zijn De naam van de roos gaat trouwens ook over de spanning tussen geloven en weten.

Begrijp je die tv-dominees met hun hel en verdoemenis nu beter?
Nee, ik heb weinig begrip voor dergelijke bangmakerij. Voor mij is dat allemaal gebaseerd op angst en verkramping. Niemand kan weten hoe het na de dood is en om dan heel hard te roepen dat je dat wel weet, nee, dat vind ik raar. Het is zinloos bang te zijn voor de dood. Het enige wat waarde heeft, is het hier en nu, het leven zelf. En dan bedoel ik niet louter leven bij de dag. Het is niet voor niets dat ik acht jaar over dit boek heb gedaan. Je moet ook iets moois van je leven proberen te maken. Zo geef je betekenis aan je leven.

Levensvragen vormen een rode draad in al je werk. Is dat de filosoof in jou?
Ja, het bloed kruipt waar het niet gaan kan. Ik schrijf geen psychologische romans, maar boeken over filosofische thema´s. Isa´s droom draait het bijvoorbeeld om identiteit, wie ben ik? In Gewist gaat het over het verschil tussen gelukkig worden en gelukkig zijn. Bij Kroonsz was het meer een persoonlijk iets: hoe kan ik me verhouden tot sterfelijkheid? En in een nieuw boek waar ik net aan begonnen ben, gaat het over toeval, lot en noodlot en schuld en verantwoordelijkheid. Grote woorden allemaal, maar ik kan het niet laten.

En waarom gebruik je fantastische elementen in je boeken?
Dat is een middel, geen doel op zich. Als schrijver neem ik de vrijheid om magische elementen zoals de Torn toe te voegen. Maar die staan altijd in dienst van mijn verhaal en dat verhaal staat midden in de werkelijkheid. En daarmee is het magische element uiteindelijk altijd metaforisch, een symbolisch beeld dat je aan het denken zet. Zo´n gat in de werkelijkheid als de Torn is misschien alleen maar een gat in het leven van Kroonsz. Misschien bestaat het wel alleen in zijn verbeelding.

Lees hier meer over Marco Kunst.